Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het beoogde gebruik niet van tevoren is gemeld aan het college; het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg; het beoogde gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; het beoogde gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; binnen 7 werkdagen na ontvangst van het formulier geen tegenbericht is verzonden kan het gebruik van de weg zoals gemeld plaatsvinden; het college het beoogde gebruik naar aanleiding van een melding heeft verboden. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen, als bedoeld in artikel 5:17; terrassen bij horecabedrijven, als bedoeld in artikel 2:27, onder b.; losse terrassen op door het college aangewezen weggedeelten; infrastructurele voorzieningen voor het opladen van accu’s van voertuigen met een elektromotor als hoofdmotor. Het is verboden zonder vergunning van het college een terras, als bedoeld in artikel 2:10, onder d. en e., te plaatsen, in stand te houden en/of te exploiteren, of te doen plaatsen te doen houden en/of te doen exploiteren. Het college kan een vergunning voor een terras, zoals bedoeld in lid 3, weigeren als: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; het beoogde gebruik een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg of het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. Indien door verschillende aanvragers aanvragen worden ingediend voor een vergunning voor een terras op de Grote Markt op dezelfde plaats, en de vergunning of vergunningen kunnen niet op grond van het vierde lid worden geweigerd, zal het college door middel van een vergelijkende toets de vergunning verlenen. Er wordt getoetst op grond van de volgende criteria: de invloed van het terras op de aantrekkelijkheid van de stad voor inwoners, bezoekers en toeristen, en de bijdrage van het horecabedrijf dat het terras wil exploiteren op deze aantrekkelijkheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de soort horeca, de openingstijden van het horecabedrijf, de ligging van het terras ten opzichte van de rond de Grote Markt gevestigde horecabedrijven en de grootte van het horecabedrijf ten opzichte van de oppervlakte van het terras. Het college kan een beleidsregel vaststellen met betrekking tot procedure en de inhoud van deze vergelijkende toets. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet Beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Op de vergunningen als bedoeld in het derde en zesde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel