Naar hoofdinhoud
1.. De belastingplichtige voor: de toeristenbelastingen; de rioolheffing; de precariobelasting; de afvalstoffenheffing; de leges; de marktgelden; het binnenhavengeld pleziervaart; het binnenhavengeld beroepsvaart; de vermakelijkhedenretributies; de parkeerbelastingen; het reinigingsrecht; de BIZ-bijdrage; de reclamebelasting aan wie niet binnen één maand na afloop van het belastingtijdvak een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden, binnen één maand na het verstrijken van die maand bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en c van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet. 2.. De betaling van de vermakelijkhedenretributie wordt gelijktijdig met het doen van aangifte gedaan binnen één maand na het einde van het belastingtijdvak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel