Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 15.

Aanvullende criteria voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerde 2020

In aanvulling op artikel 5, lid 1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als hij: feitelijk dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek of na detentie, en; beperkt redzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en; niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke dakloosheid kunnen opheffen. In aanvulling op artikel 5, lid 1 van deze verordening kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: hij psychische of psychosociale problematiek heeft, en; er sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychische of psychosociale problematiek, en; hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen. Het college stelt nadere regels inzake toelating in de maatschappelijke opvang naar aanleiding van afspraken met andere gemeenten over wederzijdse overdracht van cliënten en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel