De Omgevingswet zal op 1 januari 2021 in werking treden. De Omgevingswet heeft tot doel het bereiken en in stand houden van een veilige, fysieke leefomgeving (artikel 1.3). Om het doel van de nieuwe wet te bereiken wordt er o.a. invulling gegeven aan de omgevingsveiligheid. Een onderdeel hiervan is externe veiligheid.
De gemeente moet op basis van de Omgevingswet een omgevingsplan opstellen. In het omgevingsplan dient de gemeente o.a. regels op te nemen over het aspect externe veiligheid. De gemeente moeten rekening houden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen. Daarnaast moeten de effecten worden beperkt en bestrijden kunnen worden. De gemeente moet in het omgevingsplan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (contour van 10-6) in acht nemen.
De gemeente dient aandachtsgebieden en voorschriftengebieden aan te wijzen. Hiervoor kan rechtreeks gebruik worden gemaakt van de gebieden zoals gebruikt zijn in dit Uitvoeringsbeleid. Het werken met aandachtsgebieden is een andere manier voor de invulling van het groepsrisico. De regels hiervoor staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Deze aandachtsgebieden hebben betrekking op de effecten van een brand, explosie en gifwolk.
Het anticiperen op de nieuwe regelgeving vraagt van overheden enige alertheid met betrekking tot de verschillen tussen de invloedsgebied en de toekomstige aandachtsgebieden.
De huidige wet- en regelgeving gaat uit van verantwoording van het groepsrisico binnen het invloedsgebied (gedefinieerd als het 1% letaliteitsgebied of bij LPG-tankstations het 100% letaliteitsgebied). Dat gebied komt niet (altijd) overeen met het aandachtsgebied (gedefinieerd vanuit de bescherming van mensen binnen). Dit heeft drie oorzaken:
Een aandachtsgebied is gespecificeerd naar een bepaald gevaar (brand, explosie of gifwolk) en een invloedsgebied niet. Daar waar nu sprake is van één invloedsgebied kan dus sprake worden van drie aandachtsgebieden;
Een aandachtsgebied houdt rekening met de bescherming die nieuwbouw biedt aan mensen die binnen schuilen bij een van buitenaf komende brand, explosie of gifwolk;
Een aandachtsgebied gaat uit van bescherming en een invloedsgebied gaat uit van 1% letaliteit (direct overlijden).
Relevant bij gebruikmaken van het nieuwe instrument is artikel 5.2 van het Bkl (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises), waarmee in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden. In dit artikel is een koppeling gemaakt met de Wet veiligheidsregio’s. De verplichtingen die uit dit artikel volgen zijn juridisch niet beperkt tot een invloedsgebied in de zin van het 1% letaliteitsgebied.
De juridische reikwijdte van deze verplichtingen strekken zich uit tot het gehele gebied waar zich nog relevante gevolgen van een ramp of brand kunnen voordoen (het effectgebied). Dat wil zeggen dat de Veiligheidsregio dient te worden gevraagd voor een advies voor het gehele effectgebied.
Tegen de gevaren brand, explosie en gifwolk is tot een bepaalde afstand bescherming nodig. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld, of zijn deze afstanden te berekenen. In bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is voor een aantal activiteiten met gevaarlijke stoffen aangegeven wat de omvang van het aandachtsgebied is. Het gaat hierbij om de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 1, onder a, zoals een opslagtank voor gassen en LPG-tankstations. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 5.13, lid 3 worden de brand- en explosieaandachtsgebieden aangewezen en geometrisch begrensd bij ministeriële regeling. Dit betreft onder meer vervoer van gevaarlijke stoffen over (spoor)wegen die behoren tot het basisnet.
Voor het basisnet water zijn nog geen aandachtsgebieden vastgesteld. Hierover vindt nadere besluitvorming plaats die mogelijk via een apart wijzigingsbesluit tot aanvulling van het Bkl leidt.