Hieronder worden een aantal begrippen en definities uitgelegd. De uitleg is noodzakelijk om de voorliggende beleidsnota adequaat te kunnen lezen en toe te passen. Het ontbreken van kennis leidt tot vertragingen in de besluitvorming.
Bevoegd gezag
Het bevoegd gezag is de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de naleving van bepaalde wetgeving. In de regel is bij inrichtingen de gemeente of de provincie het bevoegd gezag. Bij directe lozingen op een oppervlaktewaterlichaam is het Waterschap Limburg of Rijkswaterstaat bevoegd gezag ten aanzien van het verlenen van de vergunning.
Deze verantwoordelijkheid kan bestaan uit het afgeven van vergunningen en het vaststellen van bestemmingsplannen, maar ook uit toezicht op de naleving van de regels en handhaving hierop... Beheerders van (water)wegen, concessiehouders van buisleidingen en bedrijven zijn echter op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en het naleven van de regels.
BLEVE
Boiling liquid expanding vapour explosion.
Bijvoorbeeld de ontploffing van een tot vloeistof verdicht gas in een tank.
Beperkt kwetsbare locaties
Een locatie voor:
a. recreatief nachtverblijf voor ten hoogste 50 personen;
b. sport, spel of recreatief dagverblijf, met uitzondering van locaties waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of
c. evenementen in de open lucht voor minder dan 5.000 personen.
Beperkt kwetsbaar object.
Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie:
a. een woonfunctie, met uitzondering van een woonfunctie in een woongebouw en een woonfunctie voor 24-uurszorg, als het gaat om een woonfunctie:
1°. op een locatie met een dichtheid van ten hoogste 2 woningen of woonwagens per ha;
2°. om te worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf; of
3°. die onderdeel is van lintbebouwing die loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op een buisleiding als bedoeld in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het risico op een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit;
b. een bijeenkomstfunctie, met uitzondering van een bijeenkomstfunctie:
1°. voor kinderopvang;
2°. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking;
3°. waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of
4°. die een nevengebruiksfunctie is van een gebruiksfunctie, bedoeld onder E;
c. een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is;
d. een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2; e. een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving:
1°. op een locatie met een dichtheid van ten hoogste 2 logiesfuncties per ha, en met ten hoogste 5 logiesverblijven als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving per gebouw; of
2°. met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2;
f. een onderwijsfunctie voor volwassenenonderwijs, met uitzondering van een onderwijsfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is;
g. een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een sportfunctie:
1°. waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of
2°. die een nevengebruiksfunctie is van een gebruiksfunctie, bedoeld onder E; of
h. een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een winkelfunctie in een gebouw waarin een supermarkt of warenhuis is gevestigd, als het gaat om een winkelfunctie:
1°. met meer dan vijf winkels en met een totale bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m2; of
2°. met een winkel met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m.
Buisleiding
Transport van gevaarlijke stoffen kan ook plaatsvinden door buisleidingen (pijpleidingen). Voorbeelden zijn: hoge- en middendruk aardgastransportleidingen (regionale en (inter)nationale aardgastransportleidingen) en leidingen voor transport van chemische – soms ook giftige – vloeistoffen of gassen. Meestal gaat het om ondergrondse leidingen, maar bovengrondse komen ook voor.
Effect
De effecten ten gevolge van:
· explosie: het ontstaan van een drukgolf en/of warmtestraling.
· brand.
· toxisch: gevaar van vergiftiging door giftige gassen of dampen.
Effectgebied
Het effectgebied van een risicobron geeft aan tot op welke afstand er directe gezondheidseffecten kunnen zijn als er een ernstig ongeval bij de risicobron plaatsvindt.
Explosie
Een explosie of ontploffing geeft een korte maar krachtige drukgolf en een kortdurende, hevige warmtestraling. Dit zijn de belangrijkste veroorzakers van letsel bij mensen in de buurt van een explosie. Ook brokstukken bijvoorbeeld glasscherven, die door de drukgolf rondvliegen, kunnen levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken.
fN-curve
Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde fN-curve. Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. De curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (f) dat in één keer een groep van ten minste die omvang komt te overlijden.
Geprojecteerd (beperkt) kwetsbare objecten
Nog niet aanwezig objecten dat op grond van het vigerende bestemmingsplan toelaatbaar is.
Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag, risico’s met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.
Grenswaarde
Grenswaarde als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer. Van een grenswaarde mag niet worden afgeweken.
Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico geeft de kans aan dat een hele groep personen overlijdt door een ongeval met een risicovolle activiteit. In het groepsrisico wordt rekening gehouden met het aantal mensen dat in de buurt van een ongeval aanwezig kan zijn.
Inrichting
Inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer. elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht
Invloedsgebied
Bepaald gebied waarbinnen de aanwezige personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
Interventiewaarde
Er bestaan verschillende definities voor interventiewaarden. Veel gebruikt zijn de volgende:
Voorlichtingsgrenswaarde (VRW)
De concentratie van een stof die met grote waarschijnlijkheid door het merendeel van de blootgestelde bevolking als hinderlijk wordt ondervonden of waarboven lichte, snel omkeerbare gezondheidseffecten mogelijk zijn bij blootstelling van één uur. Vaak is dit de concentratie waarbij blootgestelden beginnen te klagen over het waarnemen van de blootstelling.
Alarmeringsgrenswaarde (AGW)
De concentratie van een stof waarboven onomkeerbare of andere ernstige gezondheidsschade kan optreden door directe toxische effecten bij blootstelling van één uur.
Levensbedreigende waarde (LBW)
De concentratie van een stof waarboven mogelijk sterfte of een levensbedreigende aandoening door toxische effecten kan optreden binnen enkele dagen na een blootstelling van één uur.
Kans
De kans dat iemand overlijdt door een ongeval met die stoffen (als deze persoon tenminste een jaar lang permanent op die plaats zou verblijven).
Zie verder bij plaatsgebonden risico en bij risicocontour.
Kwetsbare locatie
Een locatie voor:
a. recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen;
b. sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of
c. evenementen in de open lucht voor ten minste 5.000 personen.
Kwetsbaar object
Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en voor zover het niet gaat om een beperkt kwetsbaar gebouw of een zeer kwetsbaar gebouw:
a. een woonfunctie;
b. een bijeenkomstfunctie;
c. een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. een gezondheidszorgfunctie;
e. een kantoorfunctie;
f. een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
g. een onderwijsfunctie;
h. een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
i. een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Letaal
Dodelijk
(Openbare) fysieke veiligheid
De fysieke veiligheid van de openbare ruimte. Het complement van de fysieke veiligheid van bouwwerken.
Oriëntatiewaarde
Eén van de criteria die betrokken moet worden bij het invulling geven aan de verantwoordingsplicht.
Personendicht-heid
De dichtheid van het aantal personen in een gebied. De wijze van bepaling van deze dichtheid is vastgelegd bij ministeriële regeling. Bij brandbaar gas wordt doorgaans geïnventariseerd met een raster van 25 bij 25 meter. Bij toxische stoffen met een raster van 100 bij 100 m. Bij een juridisch correcte bepaling van de personendichtheid geldt het bestemmingsplan als uitgangspunt.
Plaatsgebonden Risico (PR)
Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
In het plaatsgebonden risico zijn in twee verschillende kansen verwerkt:
· de kans dat een ramp, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof, plaatsvindt;
· de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg daarvan.
Plasbrandaan-dachtsgebied PAG
Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen.
Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier of kanaal.
WAS-dekking
Waarschuwing Alarm Systeem. Landelijk waarschuwingssysteem waarmee burgers in geval van calamiteit gewaarschuwd kunnen worden (voorheen luchtalarm genoemd).
NL-Alert
Het WAS-systeem wordt uitgefaseerd. In plaats hiervan wordt een informatiebericht over het incident naar de smartphone van personen in een bepaald postcodegebied gestuurd. In het bericht wordt het handelingsperspectief van de personen in het effectgebied weergegeven.
Zeer kwetsbaar object
Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan:
a. een woonfunctie voor 24-uurszorg;
b. een bijeenkomstfunctie:
1°. voor kinderopvang; of
2°. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking;
c. een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied; of
e. een onderwijsfunctie:
1°. voor basisschoolonderwijs; of
2°. voor onderwijs
Definitie o.b.v. de Besluit kwaliteit leefomgeving
Hoofdstuk 11.
Artikel 11.1
Begrippen externe veiligheid
Onderdeel van Uitvoeringsbeleid externe veiligheid