Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Welk beleid wordt gevoerd in Nederland?

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid externe veiligheid

We hanteren in Nederland de risicobenadering. Hiervoor is gekozen omdat de kans op een incident zeer klein is. Wat houdt een risicobenadering in? De risicobenadering houdt in dat de kans op een incident mee wordt genomen in de afweging. Dat neemt niet weg dat wanneer een incident zich voordoet, het effect groter is dan de contouren die gelden op basis van de risicobenadering. Dit is een gevolg van het feit dat het hier gaat om een rekenkundige benadering. Gelet op het nationale beleid dient de gemeente deze benadering als uitgangspunt voor het uitvoeringsbeleid toe te passen. Deze berekening ziet er als volgt uit. Kans x effect = risico Bij externe veiligheid is het uitgangspunt een kans van één op de miljoen dat iemand komt te overlijden ten gevolge van een activiteit met gevaarlijke stoffen. Om getalsmatig inzicht te krijgen in de betekenis van een kans van één op een miljoen is hieronder een uiteenzetting van de kans op overlijden per jaar door een bepaalde activiteit. Uit het voorgaande blijkt dat de kans op overlijden ten gevolge van een activiteit met gevaarlijke stoffen vele male lager is gelegen dan bijvoorbeeld het rijden in een auto dat velen van ons dagelijks doen. Het landelijk beleid dat wordt gevoerd is dusdanig dat de kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen zeer klein is ten opzichte van de dagelijkse activiteiten die plaatsvinden. Het risico kan niet tot nul worden teruggebracht. Dat zou namelijk betekenen dat we activiteiten met gevaarlijke stoffen moeten staken. Dat is niet realistisch. De “externe veiligheid” op de ontwikkelingslocatie moet als aanvaardbaar worden aangemerkt ondanks dat er dodelijke slachtoffers kunnen vallen als zich een incident met gevaarlijke stoffen voordoet. De kans op een incident met gevaarlijke stoffen is namelijk zeer klein. Een voorbeeld van een incident met gevaarlijke stoffen is het ontploffen van een LPG-tankwagen. In Nederland is tot op heden geen LPG-tankwagen geëxplodeerd. De kans op een dergelijk incident wordt o.a. beschreven in het scenarioboek externe veiligheid. Uit het scenarioboek externe veiligheid blijkt dat de kans op een explosie van een tankwagen 3.0 x 10-10 bedraagd. De kans is dus 1 op 30 miljard ofwel zeer, zeer klein ofwel verwaarloosbaar, maar nog steeds niet uit te sluiten. Zoals aangegeven zorgt een incident met gevaarlijke stoffen voor een effect op de omgeving. Anders gezegd heeft een incident met gevaarlijke stoffen een effect op een gebied. In het gebied kunnen slachtoffers vallen. Uit het voorgaande blijkt dat externe veiligheid ook een ruimtelijke aspect kent (effectgebied). De wet- en regelgeving hieromtrent bepaald welke ruimtelijke mogelijkheden kunnen worden benut. De regelgeving geeft de gemeente twee afwegingskaders: Plaatsgebonden risico Groepsrisico Ad. 1 Het plaatsgebonden risico is een harde norm en wordt als contouren weergegeven. Het gaat hierbij om een risico op een dodelijk slachtoffer binnen een bepaald gebied waarbij de kans op het incident is verdisconteerd. Afwijken van deze regel is niet mogelijk. De regelgeving bepaald wanneer kan worden afgeweken en onder welke omstandigheden. De gemeente heeft geen eigen beleidsvrijheid om af te wijken van de bepalingen. Ad. 2 Het groepsrisico is veel gecompliceerder. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek met een oriënterende waarde. De oriënterende waarde is geen harde norm. Het is een referentielijn die ervoor moet zorgen dat de gemeente een gemotiveerd besluit zal nemen over de veiligheidssituatie van een groep personen binnen een vastgesteld gebied (invloedsgebied). Dat wil zeggen dat de gemeente een afweging dient te maken waarom eventueel van de oriënterende waarde wordt afgeweken. In sommige gevallen kent de wetgeving bepalingen die aangeven dat een verantwoording niet noodzakelijk is. Het handelt om bijvoorbeeld kleine projecten (realisatie van één woning). Hierop is de uitzonderingsgrond van toepassing (0,1 maal de oriënterende waarde). Deze uitzonderingsgrond wordt verder in de voorliggende beleidsnota besproken. De gemeente moet bij een wijziging van het groepsrisico een verantwoording afleggen over het genomen besluit. Hierbij moet in ieder geval aandacht besteedt worden aan mogelijke alternatieven en risicoreducerende maatregelen.

Rechtspraak bij dit artikel