Een gepast terug- en invorderingsbeleid is onderdeel van een sluitend handhavingsbeleid. Zonder het daadwerkelijk terugvorderen wordt fraudebestrijding ongeloofwaardig. Terugvordering gebeurt niet alleen uit financiële overwegingen, maar ook om de preventieve werking die het heeft op (potentiële) fraudeurs.
Snel en correct terugvorderen is belangrijk. Direct persoonlijk contact aan het begin van het terugvorderingsproces heeft een positieve uitwerking op de terugbetalingsbereidheid bij klanten.
Als bij beëindiging van de uitkering een vordering ontstaat, neemt een medewerker terugvordering direct contact op met de inwoner om een terugbetalingsafspraak te maken.
De medewerkers hebben hun eigen debiteurenbestand en kennen de debiteur. Dat heeft een positief effect op de terugbetalingsbereidheid. Als de inwoner de betaalafspraak niet is nagekomen wordt hij eerst gebeld. Als hij daarna nog niet betaalt, ontvang hij een aanmaning.
Soms zijn er bijzondere omstandigheden waardoor een inwoner nog niet heeft betaald. De medewerker heeft daarbij de vrijheid om tijdelijk het aflossingsbedrag lager vast te stellen als dat nodig is. Ook hier gaat het om maatwerk. Nieuwe afspraken met de klant worden schriftelijk bevestigd. Als blijkt dat dat nodig is verwijst de medewerker de inwoner naar flankerende ondersteuning, zoals schulddienstverlening. Als de inwoner na alle afspraken toch niet aan zijn betalingsverplichting voldoet dan volgt een procedure van dwangbevel en beslag.
Als de uitkering voortduurt dan wordt teruggevorderd door middel van verrekening met de uitkering.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6