Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder uit het gebied waarvoor de parkeervergunning is verleend, verhuist of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften en/of beperkingen; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang. 2.. Artikel 4, derde lid is overeenkomstig van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel