Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.2 › Paragraaf 2.2.3

Artikel 53

Voorzitter Jeugdbeschermingstafel – geen ondermandaat

Onderdeel van Gouds mandatenbesluit

1.. De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd een oordeel te treffen over een individuele voorziening inhoudende dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is o.g.v. artikel: 1:255 lid 2 BW (n.a.v. verzoek een minderjarige onder toezicht te stellen (VOTS)); 1:265b lid 2 BW (n.a.v. verzoek tot machtiging om de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen (MUHP)); 6.1.2 lid 5 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie op te nemen ex art. 6.1.8 Jeugdwet); 6.1.9 lid 1 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot spoedmachtiging gesloten accommodatie ex art. 6.1.8 Jeugdwet); 6.1.4 lid 3 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot voorwaardelijke machtiging gesloten accommodatie ex art. 6.1.8 Jeugdwet). 2.. De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd een op grond van één van de bovenstaande artikelen getroffen individuele voorziening in te trekken indien het verzoek is afgewezen. Mandaat wordt verleend voor zover dat genomen wordt in het kader van: een verzoek ondertoezichtstelling (VOTS) door de Raad van de Kinderbescherming of Openbaar Ministerie als vermeld in artikel 1:255 lid 2 BW; een machtigingsverzoek (MUHP) door de Raad van de Kinderbescherming of Openbaar Ministerie als vermeld in artikel 1:265b lid 2 BW; een verzoek gericht op het verkrijgen van een machtiging als vermeld in artikel 6.1.8 Jeugdwet, zoals een verzoek (MUHP) door de coördinator Sociaal Team. inhoud machtiging De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd ten behoeve van een jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente een individuele voorzieningen te treffen op het gebied van jeugdhulp indien en voor zover het betreft: voorzieningen inzake preventieve jeugdbescherming; of voorzieningen inzake preventieve drang. Dit mandaat wordt verleend voor het treffen van individuele voorzieningen tot maximaal zes maanden preventieve jeugdbescherming of preventieve hulpverlening binnen het drangkader. 3. . De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd bij de raad voor de kinderbescherming een verzoek tot onderzoek te doen over een maatregel met betrekking tot gezag over een minderjarige op grond van artikel 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel