Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.2 › Paragraaf 2.2.3

Artikel 50

Budgethouders – ondermandaat toegestaan

Onderdeel van Gouds mandatenbesluit

1.. Budgethouders zijn bevoegd besluiten tot het verrichten van onderstaande privaatrechtelijke rechtshandelingen te nemen, binnen het doel van het hen toegekende budget en tot het bedrag van het hen toegekende budget, met inachtneming van hoofdstuk 3 dit besluit: doen van aanbestedingen en nemen van besluiten in het kader van een aanbestedingsprocedure betreffende werken, producten of diensten, met inachtneming van het (Europese) aanbestedingsrecht en het gemeentelijke inkoopbeleid, aangaan van overeenkomsten, voor zover dit in het belang is van de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie dan wel strekt tot uitvoering van vastgestelde beleidskaders. Onder het aangaan van een overeenkomst wordt tevens verstaan alle daarmee verband houdende of daaruit voortvloeiende handelingen: het wijzigen, verlengen, beëindigen of ontbinden van die overeenkomst; het verrichten van (rechts)handelingen voortvloeiend uit of strekkende tot nakoming van die overeenkomst, waartoe kan worden gerekend de ingebrekestelling; het verrichten van (rechts)handelingen in reactie op (rechts)handelingen van de wederpartij(en). het verrichten van (rechts)handelingen ten behoeve de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie. Waaronder wordt verstaan: het doen van privaatrechtelijke aanvragen (o.a. ten behoeve van (digitale) aansluitingen, certificaten); het deelnemen aan een samenwerking tot het (laten) voeren van een aanbestedingsprocedure het aanvragen van subsidies, financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen; het in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van subsidies, financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen; alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid. 2.. vertegenwoordigen van de gemeente bij het verrichten van (rechts)handelingen als hierboven bedoeld, waaronder het ondertekenen van overeenkomsten, alsmede het voeren van onderhandelingen in de voorbereidende fase. 3.. de bevoegdheid tot het aanvragen van vergunningen in het kader van bouwprojecten.

Rechtspraak bij dit artikel