Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.2 › Paragraaf 2.2.2

Artikel 42

Afdelingshoofd Dienstverlening (DVL) – ondermandaat aan een Teamleider toegestaan

Onderdeel van Gouds mandatenbesluit

1.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd ambtenaren aan te wijzen die bevoegd zijn tot het afnemen van een verklaring onder eed of belofte op grond van artikel 2.8 , tweede lid, onder e, van de Wet basisregistratie personen. 2.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd ambtenaren aan te wijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5, op grond van artikel 4.2 van de Wet basisregistratie personen. 3.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd instellingen aan te wijzen op het terrein van maatschappelijke opvang waar degene die er zijn woonadres heeft kan kiezen voor een briefadres op grond van artikel 2.40, vierde lid, van de Wet basisregistratie personen. 4.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd te beslissen tot openstelling van het bureau burgerlijke stand op grond van artikel 16 boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 5.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd te beslissen op aanvragen voor een loterijvergunning (met een prijzenpakket van minder dan € 4.500) op grond van artikel 3, eerste lid van de Wet op de Kansspelen (niet zijnde een onderdeel van een evenement). 6.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd personen tot (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen op grond van artikel 16 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 7.. Het afdelingshoofd DVL is bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in artikel 4.17 van de Wet basisregistratie personen. 8. . Het afdelingshoofd DVL is bevoegd tot het aanwijzen van éénmalige trouwlocaties overeenkomstig de door het college vastgestelde voorwaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel