Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.2 › Paragraaf 2.3

Artikel 69

Dienst Wegverkeer – ondermandaat toegestaan

Onderdeel van Gouds mandatenbesluit

1. . Aan de Dienst Wegverkeer wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: het op aanvraag nemen van een besluit om een ontheffing ten aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, voor zover passend binnen de artikelen 3 tot en met 11 van het Ontheffingenbeleid, met inachtneming van artikel 15, eerste en tweede lid van het Ontheffingenbeleid; het in ontvangst nemen van een aanvraag en voorbereiden van een besluit om een ontheffing en aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, voor zover passend binnen artikel 12 en artikel 13 van het Ontheffingenbeleid; het ondertekenen van een besluit van de gemeente als bedoeld onder b, alsmede intrekking van een ontheffing als onder b bedoeld; het intrekken van ontheffingsbesluiten genomen in mandaat door de Stedelijk directeur, cluster Ruimte en Economie van de gemeente Amsterdam; alle benodigde rechtshandelingen en feitelijke handelingen behorend tot de onder a, b, c en d bedoelde taken; het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld onder a, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep en namens de mandaatgever in rechte op te treden; het verwerken van de persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van de hiervoor genoemde taken; 2. . Voor de ontheffingen als bedoeld in het eerste lid onder a is de RDW bevoegd te bepalen dat de verleende ontheffing geldt voor alle deelnemende gemeenten aan het Centraal Loket nul-emissiezone vanaf het moment van deelname voor de resterende duur van de ontheffing, in verband met de wijziging van het aantal gemeenten waar een nul emissiezone en het Ontheffingenbeleid hiervoor van kracht is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel