**1..** De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd verboden om in exploitatie te gaan of te blijven op te leggen als bedoeld in artikel 1.66, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang.
**2..** De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd dwangsommen en bestuurlijke boetes op te leggen als bedoeld in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang, alsmede het uitspreken van een voornemen tot het opleggen van een boete als bedoeld in artikel 1.80 van de Wet kinderopvang.
**3..** De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd om jaarlijks, aan de hand van de uitgevoerde evaluatie, een geactualiseerd Samenwerkingsprotocol met de Raad voor de Kinderbescherming vast te stellen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 21