Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.2 › Paragraaf 2.3

Artikel 67

Directeur Omgevingsdienst Midden-Holland – ondermandaat toegestaan

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gouda houdende regels omtrent mandaat (Gouds mandatenbesluit)

1.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd ambtenaren aan te wijzen, die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet, de Wet geluidhinder, de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, de Verordening fysieke leefomgeving, alsmede de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 2.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd ambtenaren aan te wijzen, die belast zijn met het opstellen van processen verbaal in het kader van artikel 10 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen. 3.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de in de Algemene wet bestuursrecht of in een hierboven genoemde wet of uitvoeringsbesluit opgenomen procedure toe te passen en naar aanleiding van deze procedures te corresponderen. 4.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op grond van artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht inzake dwangsommen bij niet tijdig beslissen te besluiten, voor zover het een procedure betreft die door de Omgevingsdienst wordt afgehandeld. 5.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op grond van artikel 2.4 van de Wabo te beschikken op aanvragen om een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 en/of 2.2 van de Wabo, alsmede aanhakende activiteiten als bedoeld in de Wet Natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 6.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen op grond van de Wabo af te handelen. 7.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd omgevingsvergunningen ambtshalve te actualiseren, te wijzigen en in te trekken. 8.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd principe-verzoeken af te handelen. 9.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een omgevingsvergunning over te schrijven op een andere naam. 10.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd beschikkingen te nemen op grond van de Wet milieubeheer, zoals maatwerkvoorschriften, gelijkwaardigheidstoetsen en besluiten op aanmeldnotities in het kader van het Besluit milieu-effectrapportage (bij vergunningprocedures). 11.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van onder andere de artikelen 10.63, 12.13, 12.23, 12.24, 17.2, 17.3, 17.4, 17.15 en 18.2 van de Wet milieubeheer uit te oefenen. 12.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen of besluiten te nemen in verband met het Activiteitenbesluit of andere besluiten op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. 13.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet geluidhinder en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten zoals onder andere het Besluit geluidhinder (waaronder begrepen het nemen van besluiten en het uitvoeren van taken met betrekking tot sanering van verkeerslawaai) uit te oefenen en uitvoering te geven aan de toepasselijke ministeriële regelingen zoals onder andere het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder. Voordat het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt genomen, wordt overleg gevoerd met de gemeente in verband met de afstemming met het bestemmingsplan. 14.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming (met uitzondering van artikel 27) en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten, zoals onder andere het Besluit bodemkwaliteit en het uitvoering geven aan de toepasselijke ministeriële regelingen zoals onder andere de Regeling bodemkwaliteit en de Vrijstellingsregeling grondverzet, uit te oefenen. 15.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op verzoeken om openbare informatie (Wet openbaarheid van bestuur) te besluiten inzake activiteiten of procedures die door de Omgevingsdienst worden uitgevoerd, inclusief het nemen van verdagingsbesluiten. 16.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen, zoals bouw, sloop of gebruik ingevolge het Bouwbesluit. 17.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op aanvragen om ontheffingen voor bouwlawaai het verrichten van de welstandstoets in geval van sneltoetscriteria. 19.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om planschadevergoeding (artikel 6.1), voor zover het besluit in overeenstemming is met het advies van de (planschade)adviseur, dan wel voor zover het besluiten tot (kennelijke) niet-ontvankelijk verklaring en kennelijke ongegrond verklaring betreft. 20.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een adviescommissie aan te wijzen en opdracht te geven. 21.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op verzoeken tot wraking van adviseurs. 22.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om toekenning van een voorschot tegemoetkoming planschade. 23.. het verlenen van ontheffing van de parkeerbepalingen ex artt. 3.1, leden e en f van de Parapluherziening Parkeren. 24.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen en andere taken en bevoegdheden ingevolge het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 25.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van het Besluit lozen buiten inrichtingen met betrekking tot bodemenergiesystemen uit te oefenen, zoals het stellen van maatwerkvoorschriften en het uitvoeren van toezicht en handhaving. 26.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op aanvragen om ontheffingen in verband met geluidhinder (Bouwbesluit en VFLO). 27.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd kennisgevingen voor incidentele festiviteiten af te handelen (VFLO). 28.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om een vergunning voor het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig bestemming in verband met bouwactiviteiten (artikel 3.25 VFLO). 29.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om ligplaatsvergunningen, op verzoeken om plaatsing op wachtlijst voor ligplaatsvergunning, op verzoeken om overschrijving van een ligplaatsvergunning, en intrekking van ligplaatsvergunningen (artikel 6 tot en met 10). 30.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd toezichtsbevoegdheden en -taken uit te voeren met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet, de Wet geluidhinder en de Wet bodembescherming, en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen. 31.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd naar aanleiding van de toezicht- en handhavingstaken, zoals wraken, waarschuwingen en dergelijke, te corresponderen. 32.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd handhavingsbeschikkingen te nemen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, te weten last onder bestuursdwang, last onder dwangsom, invorderingsbeschikking, kostenverhaal en intrekking van een vergunning (als sanctie) op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen. 33.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd spoedeisende bestuursdwang op grond van hoofdstuk 5 van de Wabo op te leggen. 34.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd bouwwerkzaamheden stil te leggen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedwet of de Woningwet. 35.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd andere toezicht –en handhavingsbevoegdheden op grond van hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en titel 5.2 en 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht toe te passen. 36.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op verzoeken van derden om handhaving ten aanzien van (vermeende) overtredingen van een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van (vermeende) overtredingen van de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet en de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen. 37.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd mondelinge bestuursdwang aan te zeggen voor het opruimen van gevaarlijke stoffen, zoals asbest of andere milieugevaarlijke stoffen en/of het voorkomen van verdere verontreiniging bij incidenten buiten inrichtingen. 38.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd opdrachten te verlenen tot het doen van onderzoek naar of het opruimen van gevaarlijke stoffen en/of het voorkomen van verdere verontreiniging bij incidenten buiten inrichtingen ingeval geen gehoor wordt gegeven aan de mondelinge bestuursdwang dan wel de veroorzaker van het incident onbekend is. 39.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd handhavingsbeschikkingen te nemen bij geconstateerde overtreding van de geluidnormen zoals opgenomen in verleende evenementenvergunningen. 40.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd verweerschriften en andere stukken in het kader van bezwaar- beroeps- en hoger beroepsprocedures en verzoeken om voorlopige voorzieningen op te stellen en in te dienen. 41.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd medewerkers van de Omgevingsdienst te machtigen om de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen. 42.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen in het kader van bezwaar- en gerechtelijke procedures, waaronder beroep, hoger beroep en verzoeken om voorlopige voorzieningen bij de Rechtbank en de Raad van State. 43.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd (incidenteel) hoger beroep in te dienen. 44.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingsformulieren op grond van artikel 41 van de Wet bodembescherming te ondertekenen en aanvullende informatie te verstrekken. 45.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen in het kader van (bouw)werkzaamheden om ontheffing om op zondagen geluid te maken dat op meer dan 200 meter van de bron hoorbaar is. 46.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd Wabo gerelateerde klachten van derden af te handelen. 47.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd correspondentie te doen uitgaan samenhangend met de aan de Omgevingsdienst Midden-Holland opgedragen taken, zoals bezoekbevestigingen en ontvangstbevestigingen. 48.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd beslissingen te nemen en handelingen te verrichten in het kader van archiefbeheer met betrekking tot milieu en BWT-taken, voortvloeiend uit de gemandateerde taken, die door de Omgevingsdienst Midden-Holland worden verricht, zoals bedoeld in de Archiefwet 1995. 49.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd kennisgevingen en publicaties van de aan de Omgevingsdienst opgedragen taken te verzorgen. 50.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een opgave te doen op grond van artikel 41 van de Wet bodembescherming. 51.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd dossierinformatie ter inzage beschikbaar te stellen. 52.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd overeenkomsten aan te gaan in het kader van sanering van verkeerslawaai zoals bedoeld in de artikelen 6.8 tot en met 6.10 van het Besluit geluidhinder. 53.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd planschadeovereenkomsten bij binnenplanse afwijkingen en kleine buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.1 en 2.12 van de Wabo aan te gaan. 54.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd hogere waardenbesluiten en lasten onder dwangsom aan te leveren voor inschrijving in het openbare register / kadaster op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen. 55.. De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd gegevens voor het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen en het Informatiesysteem Overige Risico’s aan te leveren. 56. . De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op verzoeken om toepassing van de nadere voorschriften in het kader van de Regeling Erfgoed en Duurzaamheid 2020, waaronder het verlenen van vrijstelling van de vergunningplicht bij gemeentelijke monumenten en om te bepalen welke gegevens voor de beoordeling van een verzoek om toepassing van de regeling noodzakelijk zijn

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel