Naar hoofdinhoud
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd om tot de beleidsuitspraken te komen die in dit hoofdstuk zijn uitgewerkt. 1.. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente vier gebiedstypen: Woongebieden: Dit zijn gebieden met veel restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's. Bedrijventerreinen type A: Dit zijn gebieden met de minste restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's, maar veel restricties voor (zeer) kwetsbare functies. Bedrijventerreinen type B: Dit zijn gebieden met weinig restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's, maar veel restricties voor (zeer) kwetsbare functies. Bedrijventerreinen type C: Dit zijn gebieden met restricties voor activiteiten met externe veiligheidsrisico's. Landelijk gebied: Dit zijn gebieden met weinig restricties voor gebiedseigen activiteiten met externe veiligheidsrisico's. De grenzen van de gebieden zijn aangegeven op de EV-signaleringskaart (zie bijlage 3 en/of online viewer) 2.. Naast de aangewezen basisnetroutes voor het structureel vervoer van gevaarlijke stoffen wordt spoortraject Meteren/Zaltbommel beschouwd als een EV-relevante transportroute 1 Deze route is op dit moment nog niet aangewezen als een route voor het structureel vervoer van gevaarlijke stoffen. In verband met het openstellen van de zuidoostboog bij Meteren en (de lopende procedure voor) het realiseren van een nieuwe zuidwestboog zal dit trajectdeel door de Minister wel worden aangewezen als een dergelijke basisnetroute met nader te bepalen risicoplafonds. . Provinciale en gemeentelijke wegen binnen de gemeente worden echter niet beschouwd als een EV-relevante transportroute 2 Uit het BKL kan worden afgeleid dat alleen provinciale en gemeentelijke wegen (die niet behoren tot het basisnet) relevant zijn als het plaatsgebonden risico op de as van de weg hoger is dan een op de miljoen per jaar. Uit een eerder uitgevoerde inventarisatie blijkt dat het PR op de as van de wegen in beheer bij gemeente en provincie lager is dan 10-6 per jaar. . Rivier de Waal wordt na 1 januari 2021 mogelijk niet meer als een relevante transportroute beschouwd. 3.. In samenwerking met de veiligheidsregio, omgevingsdienst en overige partners draagt de gemeente zorg voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin veiligheidsrisico’s vroegtijdig, vanaf de eerste initiatieven, worden onderkend en meegewogen bij de inrichting en het gebruik van de ruimte (en de bouwwerken daarbinnen). 4.. Bij het ontwerpen van gebouwen, het inrichten van de omgeving en/of het toelaten van (nieuwe of uitbreiding van bestaande) activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelden de volgende principes: Toepassen bronmaatregelen. Ter voorkoming of beperking van risico's wordt eerst gekeken naar manieren om de veiligheid aan de bron te verhogen en daarmee de oorzaak van het risico te verkleinen of weg te nemen. Afstand houden tot de risicobron. Voor zover mogelijk worden risicobron en gebieden waar (zeer) kwetsbare groepen verblijven zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. Dit is vooral belangrijk voor de zeer kwetsbare groepen die zichzelf niet zonder hulp kunnen redden. Vergroten vlucht- en schuilmogelijkheden. Als de veiligheid niet verder verhoogd kan worden en voldoende afstand niet kan worden gegarandeerd, is het (extra) belangrijk dat zowel de gebouwen als de omgeving, mogelijkheden bieden om te schuilen en/of deze veilig te ontvluchten. Toepassen omgevingsmaatregelen. Een weloverwogen inrichting van de fysieke leefomgeving kan een zinvolle bijdrage leveren aan de bescherming van personen en/of een snelle en effectieve hulpverlening. Toepassen aanvullende gebouwmaatregelen (via aanwijzing voorschriftengebied). Binnen brand- en/of explosievoorschriftengebieden gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw als aanvulling op andere (omgevings)maatregelen die voor het gehele gebied gelden. Uitgangspunt is dat deze alleen worden toegepast waar ze zinvol én noodzakelijk 3 Opgemerkt wordt dat locaties voor nieuwe “zeer kwetsbare gebouwen” binnen een brand- of explosieaandachtsgebied  en plasbrandaandachtsgebieden welke in het kader van het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen zijn aangewezen, op grond van het BLK, verplicht als voorschriftengebied moeten worden aangewezen (zie §1.5) zijn. Eventueel kunnen gelijkwaardige maatregelen getroffen worden, waardoor de kans op een ongewoon voorval of het overlijden van een persoon in een (zeer) kwetsbaar gebouw kleiner wordt. Aanvullende risicocommunicatie. Verantwoordelijke personen voor gebouwen of locaties, waar (zeer) kwetsbare groepen verblijven, binnen relevante aandachtsgebieden zorgen ervoor dat mensen bekend zijn met de relevante externe veiligheidsrisico's en weten hoe te handelen bij een crisissituatie. 5.. In aanvulling op bovengenoemde principes gelden voor nieuwe activiteiten of uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s de volgende principes: de relevante contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) moet zijn gelegen binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt of binnen gronden met de bestemming verkeer, groen en/of water; er sprake is van een gunstige aanvoerroute indien regelmatig aanvoer van brandbaar gas nodig is; het brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied mag niet over een bestaand of geprojecteerd zeer kwetsbaar gebouw of (toekomstig) woongebied zijn gelegen; het brand- of explosieaandachtsgebied mag niet over een bestaand of geprojecteerd kwetsbaar gebouw of kwetsbare locatie zijn gelegen, tenzij op basis van onderzoek kan worden aangetoond dat de belangen van eigenaren/gebruikers van gronden binnen een aandachtsgebied niet onevenredig worden aangetast; de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid conform artikel 5.2 BKL moeten op orde zijn. 6.. Aan de inwoners van de gemeente West Betuwe wordt bekendgemaakt waar zij informatie kunnen vinden over de aanwezige risico’s en de te volgen gedragsrichtlijn bij een calamiteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel