**1..** Het college onderzoekt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding en voor zover nodig in aansluiting op artikel 2.3.2 lid 4 en artikel 2.3.5, lid 3 en lid 4 van de wet:
wat de precieze hulpvraag van de cliënt is;
welke problemen de cliënt heeft bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, of het zich kunnen handhaven in de samenleving;
welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt of het zich kunnen handhaven in de samenleving;
of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden;
of en in hoeverre specifieke deskundigheid moet worden ingeschakeld;
wat het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning moet zijn en binnen welke termijn dit resultaat moet zijn behaald.
**2..** Als de cliënt een persoonlijk plan, zoals staat in artikel 2.3.2 lid 2 van de wet, aan het college geeft, betrekt het college dat plan bij het onderzoek op grond van lid 1.