Onverminderd het bepaalde in de wet en elders in deze verordening kan het college een sportvoorziening verstrekken indien:
de cliënt gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bij de gehandicaptensportvereniging een voorziening te lenen (indien mogelijk) om te bezien of hij daadwerkelijk de sport gaat beoefenen;
de cliënt aantoonbaar lid is van een sportvereniging waar de maatwerkvoorziening voor nodig is;
de cliënt kan aantonen dat de sportvoorziening bijdraagt aan het maatschappelijk participeren.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.7