**1..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen, inclusief sportvoorzieningen en woningaanpassingen wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en onderhoud, reparatie en verzekering hiervan.
**2..** Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen:
Professionals, tot deze groep behoren personen die:
(bijvoorbeeld) werkzaam zijn bij een aanbieder die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel en de beschikking hebben over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Zorgverleners die behoren tot het sociaal netwerk van cliënt en die niet voldoet aan de onder a genoemde punten.
**3..** De hoogte van een persoonsgebonden budget worden jaarlijks vastgesteld, gebaseerd op de tarieven zorg in natura / kostprijs geldend op 01-01 van betreffende kalenderjaar voor:
huishoudelijke hulp:
voor personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs, van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend. Indien men niet de CAO VVT hanteert geldt het tarief maximaal 85% van de kostprijs.
voor personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel II, maximaal 85% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
voor personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 65% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
individuele begeleiding:
basis individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
gespecialiseerde individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
basis/gespecialiseerde individuele begeleiding uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 75% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
indien basis of gespecialiseerde individuele begeleiding niet afdoende is en/of er behoefte bestaat aan een andere vorm van individuele begeleiding worden daarover afzonderlijke afspraken gemaakt. Hierbij zal het tarief van de Nederlandse Zorgautoriteit (begeleiding H150) als richtsnoer met een maximum van 110% worden gehanteerd.
begeleiding groep:
gespecialiseerde dagbesteding met intensieve ondersteuning uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
kortdurend verblijf:
uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder a onderdeel I, maximaal 100% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
uitgevoerd door personen als bedoeld onder lid 2 onder b, maximaal 30% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend.
vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij zorg in natura bij de gecontracteerde zorgaanbieders;
taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 2000 kilometers per jaar;
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor wat betreft het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse) waarbij het uitgangspunt geldt dat 2000 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd;
een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier;
aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening: op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura;
het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer.
**4..** Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:
Het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, minimaal 100% van het wettelijke minimumloon of zoveel meer, tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om:
te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en
Op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon
een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning een tegemoetkoming van maximaal € 141 per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen
tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
**5..** Het college kan nadere regels stellen voor het bepalen van de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in lid 3.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2