Naar hoofdinhoud
Omschrijving resultaat Onder het voeren van een gestructureerd huishouden kunnen een aantal (sub)resultaten worden benoemd, zoals: Cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Hiermee wordt bedoeld dat de ruimten met een elementaire woonfunctie worden schoongehouden. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, een slaapkamer voor eigen gebruik, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap die nodig zijn om deze ruimtes te bereiken. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. Cliënt beschikt over goederen voor primaire levensbehoeften. Als een cliënt en zijn sociale netwerk niet in staat zijn boodschappen te halen en er geen gebruik van een boodschappenservice kan worden gemaakt, dan kan de gemeente ondersteuning bieden bij bijvoorbeeld het eenmaal per week halen van boodschappen. Dit gaat om boodschappen voor het normale gebruik en niet voor bijzondere gelegenheden. Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. Als cliënten niet zelf kunnen koken, kunnen zij voorliggend gebruik maken van een maaltijdservice of van kant-en-klaar maaltijden. Als een cliënt aansporing nodig heeft om zelf de maaltijden te bereiden, dan kan dat onderdeel zijn van Wmo begeleiding. Als een cliënt niet zelf kan eten, maar gevoerd moet worden, dan valt dat onder de Zvw. Cliënt beschikt over gewassen (en gestreken) kleding. Het gaat hierbij uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding moet hiermee rekening worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal om gebruik te kunnen maken van de algemeen gebruikelijke apparaten, zoals een wasmachine en een droger. Kledinginkopen en stomerij-service horen niet bij dit resultaatgebied, want zijn geen Wmo voorzieningen. Cliënt kan thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren. De ouder(s) is/zijn primair verantwoordelijk voor de zorg voor de kinderen. Er wordt gekeken of kinderopvang mogelijk is. Kinderopvang is de verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid (kinderopvangtoeslag). De gemeente kan tijdelijk de opvang regelen als de ouder(s) niet in staat is/zijn de zorg van de kinderen op zich te nemen en opvang binnen het sociale netwerk en kinderopvang geen passende oplossing is. Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er huisgenoten aanwezig zijn die de cliënt kunnen helpen met de huishoudelijke taken of deze kunnen overnemen. Als er bij de cliënt thuiswonende kinderen zijn, dan wordt van de kinderen verwacht dat zij, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp bij kinderen, wordt rekening gehouden met het volgende: Kinderen (ouder dan 8 jaar en jonger dan 12 jaar) kunnen helpen met eigen speelgoed/spullen opruimen, tafel dekken en afruimen, afwassen, afdrogen, vaatwasser inruimen en uitruimen, kleding in de wasmand gooien. Kinderen (van 12 tot 18 jaar) kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden. Hieronder valt rommel opruimen, stofzuigen en het eigen bed verschonen. Kinderen (van 18 tot 23 jaar) worden verondersteld de taken van een 1-persoonshuishouden uit te kunnen voeren. Alleen de eventuele extra tijd per taak die noodzakelijk is voor een meerpersoonshuishouden, kan worden geïndiceerd. De taken zijn: stofzuigen, dweilen en bedden verschonen; stof afnemen en opruimen; wasverzorging; Bij het doen van boodschappen, verzorgen van maaltijden en afwassen is de tijd die nodig is voor het uitvoeren van de taak voor een eenpersoonshuishouden of meerpersoonshuishouden vrijwel gelijk. Hiervoor wordt dus in principe geen extra tijd geïndiceerd. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp bij volwassenen vanaf 18 jaar, wordt rekening gehouden met het volgende: Dat huisgenoten niet gewend zijn, of niet geleerd hebben huishoudelijke taken uit te voeren, is geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen. Indien niemand binnen het huishouden het kan uitleggen aan de persoon die het nog nooit gedaan heeft, dan wordt eventueel tijdelijk hulp bij het huishouden of begeleiding toegekend om huishoudelijke taken aan te leren. Dat huisgenoten vanwege leeftijd of beperkingen niet in staat zijn tot het verrichten van huishoudelijke taken wordt niet zonder meer aangenomen, maar moet worden aangetoond. Dat huisgenoten studeren of werken is geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen. Er wordt verwacht dat zij dit naast studie of werk kunnen doen. Enkel in het geval een huisgenoot voor werk 7 aaneengesloten dagen van huis is, wordt dat meegewogen. Een kamerhuurder wordt buiten beschouwing gelaten, als er een huurovereenkomst is. Dat mensen die zelfstandig samenwonen op één adres (woongroepen, kamerverhuur, kloosterlingen), voor de gemeenschappelijke ruimtes één huishouden vormen, waarvoor zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Alleen voor eigen woonruimte van de cliënt kan hulp bij het huishouden toegekend worden. Mantelzorgwoningen worden met de hoofdwoning gezien als één huishouden. Er is slechts sprake van een apart huishouden als er een aparte keuken, woonkamer, slaapkamer én badkamer/toilet is. Omvang hulp bij het huishouden Bij het bepalen van de omvang van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt een normering gehanteerd (zie bijlage 1). Indien een cliënt niet in staat is om regie te voeren over het huishouden, waardoor de hulp zelf het werk moet organiseren en aansturen, dan kan hulp bij het huishouden plus (Hbh 2) worden geïndiceerd. De normering hiervoor is opgenomen in bijlage 1 onder 1.7.

Rechtspraak bij dit artikel