Omschrijving resultaat
Bij dit resultaatsgebied gaat het om het bevorderen, behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, teneinde opname in een instelling, verwaarlozing en/of escalatie(s) te voorkomen.
Dit resultaat kan worden onderverdeeld is een aantal (sub)resultaten. Deze (sub)resultaten worden gebruikt om doelen te bepalen voor de begeleiding.
Het vermogen om zelfstandig te leven met als subdoel(en):
Cliënt kan zelfstandig wonen: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt heeft een stabiele financiële situatie: het betreft groei
Cliënt kan de administratie en post bijhouden: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan gezond leven en hier ook naar handelen: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt heeft zicht en controle over zijn/haar beperkingen en kan hiermee omgaan: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan zichzelf verzorgen: het betreft groei/stabiliteit
Het hebben van dagstructuur
Cliënt heeft een regelmatige dagstructuur en ritme (opstaan, wassen, aankleden, op tijd klaarstaan): het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan een weekplanning maken: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding: het betreft groei/stabiliteit
Deelnemen aan het maatschappelijke leven, met als subdoel(en):
Cliënt heeft voldoende sociale contacten/sociaal netwerk: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan sociale contacten onderhouden: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan zichzelf verplaatsen/vervoeren: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan gesprekken voeren met instanties: het betreft groei/stabiliteit
Het voeren van regie (in combinatie met andere resultaten) met als subdoel(en):
Cliënt herkent problemen en kan hierop reageren: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan vaardigheden toepassen op het gebied van ……………..: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan besluiten nemen en de gevolgen daarvan wegen: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan initiatief nemen: het betreft groei/stabiliteit
Cliënt kan zich aan regels en afspraken houden: het betreft groei/stabiliteit
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er volwassen huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de cliënt begeleiding te bieden bij het uitvoeren of aansturen van dagelijks terugkerende taken. Als de begeleiding noodzakelijk is voor maximaal drie maanden, dan moeten de huisgenoten alle noodzakelijke begeleiding bieden.
Indien de begeleiding langdurig noodzakelijk is, dan moet een huisgenoot in ieder geval de cliënt begeleiden bij de maatschappelijke participatie (vervoer naar dagbesteding of huiskamer) en bij het bezoeken van sociale contacten en (medische) afspraken.
Taken die de huisgenoten zouden moeten doen als de cliënt überhaupt niet in het huis zou wonen, vallen zeker onder de gebruikelijke hulp, bijvoorbeeld administratie en organiseren van een dagstructuur.
Voor zover huisgenoten in staat zijn tot het leveren van meer dan gebruikelijke hulp (zeker als ze dat gewend zijn om te doen) dan is deze niet-gebruikelijke hulp afdwingbaar en hoeft daarvoor geen maatwerkvoorziening te worden ingezet.
Er wordt onderzocht welk deel van de niet-gebruikelijke hulp geleverd kan worden door de huisgenoot. Enkel voor het deel van de niet-gebruikelijke hulp waar de huisgenoot niet toe in staat is, kan professionele hulp ingezet worden door middel van een maatwerkvoorziening.
De huisgenoot die niet in staat is tot het leveren van niet-gebruikelijke hulp, kan niet de zorg alsnog verlenen, betaald vanuit een persoonsgebonden budget.
Vorm van begeleiding
Begeleiding wordt geboden in groepsverband of individueel. Begeleiding groep is voorliggend op individuele begeleiding. Afhankelijk van de te behalen (sub)resultaten wordt bepaald of begeleiding groep passend is, of dat individuele begeleiding moet worden ingezet.
Afbakening
Afbakening Zorgverzekeringswet
Wanneer de noodzaak voor persoonlijke verzorging voortvloeit uit de behoefte aan begeleiding, dan is ook de persoonlijke verzorging een Wmo voorziening. Veelal betreft dit de situatie dat een cliënt fysiek wel in staat is om zichzelf te verzorgen, maar hier aansturing bij nodig heeft.
Indien er een medische noodzaak is voor persoonlijke verzorging (waarnaast ook enige vorm van begeleiding geboden moet worden), dan valt deze begeleiding ook onder de zorgverzekeringswet.
Behandeling valt onder de Zorgverzekeringswet of de Wlz. Begeleiding omvat het oefenen en inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Grofweg geldt dat aanleren bij behandeling (Wlz of Zorgverzekeringswet) hoort en toepassen bij begeleiding (Wmo).
Afbakening Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia) en Participatiewet
Begeleiding bij het krijgen en behouden van werk valt onder de Participatiewet of de Wia. Als iemand met begeleiding in staat is om de werken of een opleiding te volgen, dan is dat voorliggend op begeleiding groep vanuit de Wmo.
Omvang begeleiding
De omvang van de indicatie wordt bepaald door de gemeente, aan de hand van het eigen onderzoek, de gestelde doelen en eventueel het door de zorgaanbieder opgestelde ondersteuningsplan. Bij een heronderzoek wordt onderzocht of de gestelde doelen behaald zijn. Indien het gewenste resultaat nog niet is bereikt wordt ook beoordeeld of de ingezette zorgverlener wel de juiste zorgverlener is om het resultaat te bereiken.
Sportvoorziening
Een sportvoorziening kan onder de Wmo in een individuele situatie wellicht noodzakelijk zijn voor iemand om te kunnen participeren als er geen of onvoldoende andere participatiemogelijkheden zijn. Dit moet dus onderzocht worden in de individuele situatie.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.2
HET VERMOGEN OM ZELFSTANDIG TE LEVEN, HET HEBBEN VAN EEN DAGSTRUCTUUR, DEELNAME AAN HET MAATSCHAPPELIJK VERKEER EN HET VOEREN VAN REGIE DAAROVER
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2020