Inleiding
Bij beperkingen ten aanzien van het voeren van een huishouden kan een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden een passende oplossing zijn. De beperkingen bij het voeren van een huishouden uiten zich bijvoorbeeld door (dreigende) vervuiling van de woning en/of van kleding. Dit doordat de cliënt het huishouden niet meer (voldoende) zelf kan doen. Ook kan er sprake van zijn dat de cliënt niet in staat is voor zichzelf maaltijden te bereiden.
Hulp bij het huishouden wordt, net als bij andere maatwerkvoorzieningen, alleen geboden wanneer er geen andere oplossingen zijn die problemen die cliënt hierbij ondervindt, kunnen voorkomen of oplossen. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat, waar dat mogelijk is, cliënt, de leefeenheid of het netwerk de huishoudelijke werkzaamheden (blijven) uitvoeren. Zo nodig wordt aanvullend hierop ondersteuning bij het huishouden geboden.
Er wordt, in aanvulling op geïndiceerde uren, onderscheid gemaakt in zeven te bereiken resultaten:
Er wordt, in aanvulling op geïndiceerde uren, onderscheid gemaakt in zeven te bereiken resultaten:
schoon en leefbaar huis
schone was
regie
instructie
medisch noodzakelijk gestreken wasgoed
Maaltijden
thuis zorgen voor kinderen
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er huisgenoten aanwezig zijn die de cliënt kunnen helpen met de huishoudelijke taken of deze kunnen overnemen.Als er bij de cliënt thuiswonende kinderen zijn, dan wordt van de kinderen verwacht dat zij, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp bij kinderen, wordt rekening gehouden met het volgende:
Kinderen (ouder dan 8 jaar en jonger dan 12 jaar) kunnen helpen met eigen speelgoed/spullen opruimen, tafeldekken en afruimen, afwassen, afdrogen, vaatwasser inruimen en uitruimen, kleding in de wasmand gooien.
Kinderen (van 12 tot 18 jaar) kunnen, naast bovengenoemde taken, hun eigen kamer op orde houden. Hieronder valt rommel opruimen, stofzuigen en het eigen bed verschonen.
Kinderen (van 18 tot 23 jaar) worden verondersteld de taken van een 1-persoonshuishouden uit te kunnen voeren. Alleen de eventuele extra tijd per taak die noodzakelijk is voor een meerpersoonshuishouden, kan worden geïndiceerd. De taken zijn:
Stofzuigen, dweilen en bedden verschonen;
Stof afnemen en opruimen;
Was verzorging;
Bij het doen van boodschappen, verzorgen van maaltijden en afwassen is de tijd die nodig is voor het uitvoeren van de taak voor een eenpersoonshuishouden of meerpersoonshuishouden vrijwel gelijk. Hiervoor wordt dus in principe geen extra tijd geïndiceerd.
Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp bij volwassenen vanaf 18 jaar, wordt rekening gehouden met het volgende:
Dat huisgenoten niet gewend zijn, of niet geleerd hebben huishoudelijke taken uit te voeren, is geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen. Indien niemand binnen het huishouden het kan uitleggen aan de persoon die het nog nooit gedaan heeft, dan wordt eventueel tijdelijk hulp bij het huishouden of begeleiding toegekend om huishoudelijke taken aan te leren.
Dat huisgenoten vanwege leeftijd of beperkingen niet in staat zijn tot het verrichten van huishoudelijke taken wordt niet zonder meer aangenomen, maar moet worden aangetoond.
Dat huisgenoten studeren of werken is geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen. Er wordt verwacht dat zij dit naast studie of werk kunnen doen. Enkel in het geval een huisgenoot voor werk 7 aaneengesloten dagen van huis is, wordt dat meegewogen.
Een kamerhuurder wordt buiten beschouwing gelaten, als er een huurovereenkomst is.
Dat mensen die zelfstandig samenwonen op één adres (woongroepen, kamerverhuur, kloosterlingen), voor de gemeenschappelijke ruimtes één huishouden vormen, waarvoor zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Alleen voor eigen woonruimte van de cliënt kan hulp bij het huishouden toegekend worden.
Mantelzorgwoningen worden met de hoofdwoning gezien als één huishouden. Er is slechts sprake van een apart huishouden als er een aparte keuken, woonkamer, slaapkamer én badkamer/toilet is.
Maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (ZIN)
Indien de cliënt kiest voor de maatwerkvoorziening in natura, bepaalt het college de toegang tot de voorziening, en koppelt dit aan een indicatie in uren op grond van het Normenkader (zie verderop). Er wordt bekeken op welke zeven resultaten er ondersteuning nodig is. Aan de hand daarvan wordt de hoogte van de indicatie bepaald. Kiest de cliënt tijdens het gesprek voor ZIN, dan dient hij één van de door het college gecontracteerde aanbieders te kiezen.
Maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (pgb)
Net als bij een maatwerkvoorziening in natura wordt bij een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb samen met de cliënt bekeken bij welke zeven resultaten er ondersteuning nodig is. Het college stuurt een door client in te vullen budgetplan naar de cliënt.
Het college toetst dit budgetplan aan de individuele omstandigheden in combinatie met het geldende normeringskader. Als de activiteiten en de frequentie in het budgetplan afwijken van het normeringskader, wordt de noodzaak tot afwijking beoordeeld en gemotiveerd vastgelegd in het onderzoeksverslag en de beschikking.
Normenkader
Per cliënt wordt beoordeeld welke indicatie (= minuten per week) noodzakelijk is om de resultaten te bereiken. Om de indicatie zo goed en objectief mogelijk vast te stellen, wordt gebruik gemaakt van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 (Bureau HHM); hierna Normenkader HO. Het normenkader is opgenomen in bijlage 1 en maakt integraal deel uit van deze beleidsregels.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) bevestigde in 2018 dat het onderzoek dat ten grondslag ligt aan dit normenkader voldoet aan de eerder door haar gestelde criteria met betrekking tot onderbouwing hiervan middels objectief, onafhankelijk en deugdelijk uitgevoerd onderzoek. Daarmee kan het worden benut voor onderbouwing van de in te zetten omvang van de hulp bij het huishouden door een gemeente.
Met dit normenkader kan een verantwoord niveau van een schoon, opgeruimd en georganiseerd huishouden worden gerealiseerd. Aandachtspunt is dat persoonlijke opvattingen van cliënten of hulpen soms anders zijn dan waarop dit normenkader is gebaseerd. In deze is dan het normenkader leidend, omdat deze op basis van onderzoek bij en met vele cliënten en in afstemming met diverse deskundigen tot stand is gekomen.
Het Normenkader HO kent ook het resultaat boodschappen. Toen het normenkader werd gemaakt was dit nog een heel logisch resultaat, maar op dit moment zijn er alternatieven beschikbaar in de vorm van bezorgservices van diverse supermarkten. Daarom maakt in de gemeente Maasgouw het resultaat boodschappen géén deel uit van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (CRvB 20-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3690).
Normenkader als richtlijn
Het doel van het gebruik van het Normenkader HO is om uniformiteit in de toekenning van huishoudelijke ondersteuning na te streven. Het gaat hierbij om een richtlijn, waarbij deze is gebaseerd op volledige overname van het huishouden door een professional. Iedere individuele situatie wordt separaat onderzocht en er wordt met behulp van de richtlijn ondersteuning op maat toegekend.
Gemiddelde cliëntsituatie
In het Normenkader HO wordt uitgegaan van een gemiddelde cliëntsituatie (= basis-cliëntsituatie) Daarmee krijgen de normtijden een algemeen karakter. Hiermee wordt voorkomen dat er op alle mogelijk denkbare uitzonderingen apart beleid moet worden ontwikkeld. Uit het HHM-onderzoek blijkt dat onder een gemiddelde situatie wordt verstaan:
Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;
Wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;
Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;
De inwoner kan de woning dagelijks op orde houden zodat deze gereed is voor de schoonmaak;
De inwoner heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
Er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de inwoner die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;
De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.
Individuele situaties
Er kunnen factoren zijn die ervoor zorgen dat een situatie niet-gemiddeld is. Hier is dan een andere inzet en/of frequentie van activiteiten of een andere tijdsbesteding nodig. Deze staan in het normenkader als ‘meer inzet’ of ‘minder inzet’. Daarmee wordt voor iedere cliënt maatwerk gerealiseerd.
Kenmerken inwoner
Mogelijkheden inwoner zelf: In de gemiddelde-cliëntsituatie wordt uitgegaan van een cliënt die zelf geen huishoudelijke taken uit kan voeren en de professional de huishoudelijke taken overneemt zoals beschreven in het normenkader. Bij het onderzoek dienen daarom ook de fysieke mogelijkheden van de inwoner bekeken worden, om te zien in hoeverre deze zelf kan bijdragen aan de uit te voeren huishoudelijke taken. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee.
Beperkingen en belemmeringen van de inwoner: Beperkingen en belemmeringen van de inwoner kunnen eventuele gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De problematiek is niet leidend om te bepalen of er extra ondersteuning nodig is naast de basis-cliëntsituatie/gemiddelde cliëntsituatie. Als de beperking en/of belemmering echter leidt tot behoefte aan extra ondersteuning dient dat bekeken te worden:
Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus).
Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.
Let op: de aanwezigheid van bovenstaande kenmerken leiden dus niet automatisch tot meer inzet. Het is steeds de vraag aan de toegang of een kenmerk leidt tot extra vervuiling of vraagt om een extra niveau van schoon, waardoor meer inzet nodig is.
Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: De hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is, omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
Kenmerken huishouden
Samenstelling van het huishouden: de omvang van de in te zetten ondersteuning wordt grotendeels bepaald door de eigen mogelijkheden van cliënten en de regels voor gebruikelijke hulp op basis van de samenstelling van het huishouden.
Huisdieren: het hebben van een huisdier leidt niet noodzakelijk tot extra inzet van huishoudelijke hulp. Het uitgangspunt is dat de extra huishoudelijke ondersteuning die nodig is als gevolg van huisdieren tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner behoort. Echter, in bijzondere gevallen kan het aan de orde zijn dat hiervoor enige extra ondersteuning moet worden toegekend.
Kenmerken woning
Inrichting van de woning: Een bewerkelijke inrichting van de woning zorgt niet voor toekenning van extra ondersteuning. Het gaat in dit geval om uitzonderlijke situaties waarin deze inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De inwoner wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de huishoudelijke ondersteuning. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de inwoner invloed op kan uitoefenen.
Bewerkelijkheid van de woning: Extra inzet kan eventueel nodig zijn door bouwkundige en externe factoren van de woning. Bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes.
Omvang van de woning: Een grote woning kan, maar hoeft niet per sé meer inzet te vragen. De extra ruimtes of oppervlakte kunnen eenvoudig schoon te houden zijn en maar weinig extra ondersteuning vragen, of zijn niet altijd in (dagelijks) gebruik. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd.
Uitwerking van de resultaatgebieden
Uitwerking van resultaat 1: schoon en leefbaar huis
De basis-ruimten van een schoon en leefbaar huis zijn:
Woonkamer
Keuken
Sanitaire ruimte(s);
De door de bewoner(s) gebruikte slaapkamer;
De hal/trap
De bovengenoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Dit betekent dat deze vertrekken niet vervuilen om zo een naar algemeen aanvaarde maatstaven verantwoord basisniveau van ‘schoon en hygiënisch’ te realiseren. Leefbaar staat voor een opgeruimd en functioneel huis, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Het gaat bij dit resultaatgebied alleen om de binnenruimte van de woning. Werkzaamheden in huis die niet noodzakelijk zijn om de ruimtes waarin geleefd wordt schoon, hygiënisch en leefbaar te houden, vallen niet onder de reikwijdte van dit resultaatgebied.
Niet onder de reikwijdte van dit resultaatgebied (ruimten en/of activiteiten) behoren:
de buitenruimte, waaronder ook het zemen van de ramen aan de buitenzijde6 of het tuinonderhoud7, een gezamenlijke galerij of trap (waarvoor de bewoner medeverantwoordelijk is om deze schoon te houden);
de verzorging van huisdieren (niet zijnde hulphonden/-dieren);
het boenen van vloeren en in de was zetten van meubilair, poetsen van zilver en koper.
Samen met de cliënt wordt bekeken of deze nog in staat is om onderdelen van het schoonmaken zelf uit te voeren, zoals het uitvoeren van lichte werkzaamheden (bijvoorbeeld stoffen, met vochtige reinigingsdoekjes schoonmaken van het toilet of met statische stofdoeken reinigen van harde vloeren). Daarbij kan een rol spelen of cliënt dat alleen op ‘middenniveau’ kan doen, of ook laag en/of hoog.
Van de cliënt wordt dus binnen zijn mogelijkheden gevraagd om werkzaamheden te (blijven) uitvoeren. Als de cliënt de regie kan voeren over het huishouden, mag van hem tevens worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en er keuzes worden gemaakt.
Ook wordt van een cliënt de medewerking gevraagd om de ondersteuning zo efficiënt mogelijk te kunnen organiseren. Er wordt gekeken of door een aanpassing van de inrichting/stoffering winst te behalen is, zodat de woning minder (snel) vervuilt en efficiënter schoongemaakt kan worden.
Te denken valt bijvoorbeeld aan de wijze waarop de woning is ingericht. Het gezellig maken van de woning door het plaatsen van snuisterijen of beeldjes kan, als de woning hier vol mee staat, de voortgang van de werkzaamheden belemmeren. Dit kan betekenen dat de cliënt gevraagd wordt voor de komst van de hulp de spulletjes alvast van het dressoir of de tafel te halen en later weer zelf terug te plaatsen. Of dat er wat spullen worden opgeruimd. Cliënt kan uiteraard ervoor kiezen dit niet te doen, maar dat kan effect hebben op de kwaliteit van de schoonmaak.
Uitwerking van resultaat 2: schone was
Bij dit resultaat beschikt de client over schone kleding, evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed).
Niet altijd hoeft voor alle onderdelen (volledig) ondersteuning geboden te worden. Zo kan het zijn dat cliënt wel in staat is om de was in de machine te doen, maar niet om de was op te hangen of te strijken. Ook is het mogelijk dat cliënt door de werkzaamheden anders te organiseren deze (gedeeltelijk) zelf kan blijven doen. Bijvoorbeeld door de wasmachine of droger op een verhoging te plaatsen of de was zittend op te vouwen. Dergelijke oplossingen zijn voorliggend op het verstrekken van een maatwerkvoorziening.
Van de cliënt wordt verwacht dat deze bij aanschaf van kleding zoveel mogelijk er op let dat het niet via speciale wasprogramma’s of handwas moet worden gewassen. Cliënt kan hiertoe echter niet worden verplicht. Ook wordt verwacht dat hij voldoende kleding en ondergoed heeft, zodat er bijvoorbeeld één keer per twee weken in plaats van één keer per week gewassen kan worden.
De kosten van wasmiddelen en de aanschaf en het gebruik van de apparatuur voor was komen voor rekening van de cliënt.
Uitwerking van resultaat 3: regie
Indien een cliënt beperkingen ervaart op het gebied van regie voeren in het huishouden, kan het resultaat ‘regie’ van toepassing zijn. Dit hoeft echter niet noodzakelijk tot extra inzet van tijd te leiden. Van een professionele huishoudelijk hulp mag worden verwacht dat deze zelf in staat is de eigen (schoonmaak)werkzaamheden te plannen en organiseren. Dus als de regie bij een cliënt ontbreekt, maar geen extra ondersteuningstijd vraagt, dan hoeft daar geen extra tijd voor worden ingezet.
Echter, op het moment dat als er bij een cliënt de regie ontbreekt en dit ertoe leidt dat de huishoudelijke hulp veel tijd kwijt is met gesprekken met de cliënt over het huishouden, dan kan er extra tijd voor regie worden ingezet.
Het betreft het structureel adviseren, instrueren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op de resultaten: schoon en leefbaar huis en/of schone was en/of maaltijden.
Het gaat om cliënten die beperkter leerbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege psychiatrische of cognitieve problemen als dementie, niet aangeboren hersenletsel (NAH), of een licht verstandelijke beperking (LVB). De ondersteuning is structureel noodzakelijk.
Uitwerking van resultaat 4: instructie
Bij het resultaat instructie gaat het om het aanleren (en samen uitvoeren) van activiteiten gericht op:
schoon en leefbaar huis
schone was
maaltijden
Dit betreft cliënten die leerbaar zijn, zoals mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Er dient per individu een inschatting gemaakt te worden of er in alle redelijkheid kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het doen van het huishouden nog aangeleerd kan worden. Het gaat om tijdelijke ondersteuning (maximaal 6 weken).
Uitwerking van resultaat 5: medisch noodzakelijk gestreken wasgoed
Strijken is géén onderdeel van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden, tenzij het medisch gezien noodzakelijk is om gestreken kleding te dragen en/of op gestreken beddengoed te slapen. In dit specifieke geval kan resultaat 5 worden geïndiceerd.
Uitwerking van resultaat 6: maaltijden
Indien noodzakelijk kan voor het opwarmen van maaltijden en het verzorgen van broodmaaltijden een voorziening op basis van de wet worden verstrekt. Bij het verzorgen van de maaltijd wordt uitgegaan van 2 broodmaaltijden en 1 warme maaltijd per dag. De aanwezigheid van een magnetron of vergelijkbaar apparaat in de woning is een vereiste.
De activiteiten die behoren tot het resultaat maaltijden zijn:
tafeldekken/maaltijd klaarzetten (eten en drinken klaarzetten);
afruimen;
opwarmen maaltijd;
bereiden broodmaaltijd;
afwassen OF in- en uitruimen vaatwasser.
Voor het bereiden van maaltijden (= koken) wordt geen voorziening op basis van de wet verstrekt. De reden hiervoor is dat er voldoende algemeen toegankelijke voorzieningen beschikbaar zijn.
Als de hulp moet komen worden activiteiten zoveel mogelijk geclusterd. Er wordt vanuit gegaan dat als de cliënt bij alle drie de maaltijden op een dag hulp nodig heeft, de hulp twee keer per dag langs moet komen: de eerste keer om twee broodmaaltijden klaar te zetten en de tweede keer om de warme maaltijd op te warmen.
Niet onder Wmo hulp bij het huishouden valt:
Aansporen tot bereiden van een maaltijd (dit betreft Wmo begeleiding).
Toezicht houden tijdens het nuttigen van de maaltijd (dit betreft Wmo begeleiding).
Ondersteuning bij feitelijk eten/of drinken (dit betreft Zorgverzekeringswet).
Behoefte aan geneeskundige zorg of een verhoogd risico daarop (van toepassing bij onder andere dementie) (dit betreft Zorgverzekeringswet).
Beïnvloedende factoren voor het resultaat maaltijden zijn:
De aanwezigheid van een vaatwasser in de woning. Dit heeft specifiek gevolgen voor de activiteit afwassen. De tijdsbesteding voor het in- en uitruimen van de vaatwasser is namelijk iets kleiner dan voor afwassen. Het verschil is echter minimaal.
Een meerpersoonshuishouden (meerdere volwassenen of kinderen): twee maaltijden in de magnetron kosten ook twee keer zoveel tijd als één maaltijd. Ook het smeren van de broodmaaltijd kost meer tijd.
Uitwerking van resultaat 7: thuis zorgen voor kinderen
Oppas en opvang van gezonde kinderen vallen in principe niet onder de Wmo, daarvoor zijn andere algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen voorhanden, zoals kinderopvang. Het wordt als algemeen gebruikelijk aanvaard dat gezonde kinderen tot 5 dagen per week naar een kinderopvang/oppas gaan.
Als er in noodgevallen kortdurende ondersteuning (niet: volledige overname) nodig is, kan hulp bij het huishouden worden ingezet. De grondslag ligt altijd bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen.
Er is een indicatie mogelijk voor de verzorging van de kinderen conform hun leeftijd. Een dergelijke indicatie is van korte duur (maximaal 3 maanden). Binnen deze periode moet een eigen oplossing worden gevonden.
Bij echtscheiding vervalt normaliter het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van partners. De zorgplicht voor kinderen verdwijnt echter niet. Bij uitval van een verzorgende ouder moet ook onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder. Hierbij wordt gekeken naar tussen de ouders gemaakte of door de rechtbank vastgelegde afspraken.
Cliënten die voor 1 januari 2025 een geldige indicatie voor hulp bij het huishouden hebben die van rechtswegen afloopt of wijzigt vanwege gewijzigde omstandigheden en die vanwege een herindicatie aan de hand van het nieuwe normeringskader minder tijd geïndiceerd krijgen, hebben overgangsrecht conform onderstaand afbouwschema.
Afbouwschema bij verlenging/aanpassing indicaties n.a.v. nieuwe HHM-normeringskader Hbh
Verschil huidige indicatie met nieuwe indicatie per week
Overgangstermijn
Tot 30 minuten minder
3 maanden
Van 30 minuten tot 45 minuten minder
4 maanden
Van 45 minuten tot 60 minuten minder
6 maanden
Meer dan 60 minuten minder
12 maanden
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.1
VOEREN VAN EEN GESTRUCTUREERD HUISHOUDEN
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Maasgouw 2020