Naar hoofdinhoud
1.. Een raadslid, dat informatie of advies wenst, kan zich daarvoor rechtstreeks wenden tot de direct betrokken ambtenaar of medewerker van de griffie. 2.. De betrokken medewerker rapporteert aan zijn direct leidinggevende over de wijze van afhandeling, zowel inhoudelijk als procedureel, van het verzoek als bedoeld in het vorige lid. De leden 5, 6 en 7 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing. 3.. Een raadslid wendt zich tot de griffier of een medewerker van de griffie met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 4.. De bijstand wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. 5.. Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; de taakuitoefening van de betreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht. 6.. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het vijfde lid geweigerd wordt. 7.. Indien de bijstand wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel