**1..** In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag, in het kader van deze regeling de volgende gegevens en stukken overgelegd:
overzicht van de te treffen voorzieningen inclusief een kostenraming;
offertes voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn;
bewijs dat de bankrekening, waarop de aangevraagde subsidie ontvangen wordt, op naam staat van de aanvrager;
een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten;
een schriftelijke, door de eigenaar of tekenbevoegde natuurlijke persoon getekende, intentieverklaring waaruit blijkt dat de eigenaar van het vastgoed waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft al zijn of haar vastgoed in het vastgestelde gebied vóór de vastgestelde datum aardgasvrij zal maken;
voor de ondernemers en ondernemingen, niet zijnde de woningcorporatie, een volledig ingevulde verklaring De-minimissteun.
voor verhuurders, bewijs dat er voldaan is aan geldende goedkeuringsverplichtingen.
**2..** Indien de aanvrager niet de eigenaar is van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft bevat het aanvraagformulier naast de genoemde eisen uit het eerste lid van dit artikel:
een ondertekende toestemmingsverklaring van de eigenaar dat de bedoelde aanvrager de binnen deze regeling als subsidiabel aangemerkte activiteiten in het betreffende gebouw mag gaan uitvoeren of een vonnis van de kantonrechter dat de verhuurder op grond van artikel 7:243BW of artikel 7:215BW medewerking met de voorgestelde voorzieningen oplegt. In het geval van een toestemmingsverklaring dient de eigenaar tevens te verklaren dat hij:
de verwijdering van de gasaansluiting niet ongedaan zal maken;
zal borgen dat het, zonder voorafgaande instemming van het college van burgemeester en wethouders, in de toekomst niet mogelijk is om het vastgoed alsnog van aardgas te voorzien;
een door de gemeente aangestelde inspecteur op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid stelt om de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren;
de huur- of gebruiksovereenkomst voor het vastgoed waar de subsidiabele activiteit plaatsvindt waaruit blijkt dat de aanvrager belang heeft bij de uit te voeren activiteiten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5