Naar hoofdinhoud

Artikel 11.2.1

Verbod vast- en losmaken schepen

Onderdeel van Havenverordening Schiedam 2020

1.. Het is een ieder verboden de diensten van bootman te verrichten, voor zover het betreft een zeeschip: met een lengte van meer dan 75 meter, of; met een lengte van 75 meter of minder dat is gebouwd of wordt gebezigd voor het vervoer van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk, tenzij het schip leeg en schoon is gemaakt van die stoffen. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing indien: terstond en op een veilige wijze wordt gehandeld door de bemanningsleden die, bij aankomst van het schip op de betreffende meerplaats, aan boord zijn; wordt gehandeld door een bootman die aangesloten is bij een erkende bootliedenorganisatie; het zeeschip wordt verhaald langs een kade, zonder daarvan volledig los te komen, of; de werkzaamheden worden verricht in het kader van de opleiding, bedoeld in artikel 11.2.2, eerste lid, onder verantwoordelijkheid van een bootman als bedoeld in onderdeel b. 3.. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen aan de exploitant welke een veerverbinding onderhoudt, indien: op grond van een dienstregeling vastgesteld door de exploitant minimaal één keer in de 48 uur door een roll-on-roll-offschip de haven wordt aangedaan; roll-on-roll-offschepen op de vaste ligplaatsen van de exploitant worden afgemeerd binnen een vaste afmeerconfiguratie, en; wordt gehandeld in overeenstemming met een door het college vastgestelde ferry mooring safety procedure.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel