Naar hoofdinhoud

Artikel 4.11

Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen

Onderdeel van Havenverordening Schiedam 2020

1.. Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding; een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden; een vloeistof als bedoeld in bijlage 1, of; van een vluchtige organische stof. 2.. Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld in het eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 3.. Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC-code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt: op een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en; op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst neemt. 4.. Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaan op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 5.. Wat in het tweede en in het vierde lid staat, geldt niet voor op stoffen die zijn genoemd in bijlage 1. 6.. Het college kan regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten bedrijven indien de atmosferische of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of hinder ontstaat of kan ontstaan. 7.. Voorafgaand aan het schoonmaken of ventileren wordt een melding gedaan aan de havenmeester.

Rechtspraak bij dit artikel