Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van 30 jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop de eerste begrafenis of bijzetting plaatsvindt of op de datum waarop een graf voor latere begraving/bijzetting wordt gereserveerd.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkens verlengd met een termijn van 10, 15, 20 of 25 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn.
De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 14.