Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Mandaten gerelateerd aan de uitoefening van de bevoegdheden havenbeheer

Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging havenmeester gemeente Schiedam 2020

Aan de havenmeester, en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt mandaat verleend tot het uitoefenen van de volgende bevoegdheden voor zover deze verband houden met de in artikel 3 gemandateerde bevoegdheden: het vaststellen van beleidsregels omtrent de aan hem gemandateerde bevoegdheden, welke bevoegdheid niet kan worden ondergemandateerd; het schriftelijk ondermandateren, ondervolmachtigen en ondermachtigen van de aan hem gemandateerde, gevolmachtigde en gemachtigde bevoegdheden aan ondergeschikten of aan medewerkers van zijn organisatie, tenzij anders aangegeven; het indienen van bedenkingen en het naar voren brengen van een zienswijze, welke bevoegdheid niet kan worden ondergemandateerd; de actieve en passieve openbaarmaking van documenten, bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein; het uitoefenen van de bevoegdheden en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waar onder die in hoofdstuk III Rechten van betrokkenen; het uitoefenen van de bevoegdheden inzake de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht; het behandelen van klachten, bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op het uitoefenen van de aan hem gemandateerde bevoegdheden; het opleggen van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet of het opleggen van een last onder dwangsom, bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht in het kader van de handhaving van de aan hem gemandateerde bevoegdheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel