Deze verordening verstaat onder:
begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen gelegen in de kernen Aardenburg, Breskens, Cadzand, Groede, Hoofdplaat, Nieuwvliet, Oostburg, Retranchement, Schoondijke, Sluis, IJzendijke, Waterlandkerkje en Zuidzande; en de begraafplaats in Sint Anna ter Muiden;
particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van lijken;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
het doen verstrooien van as;
algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van overleden kinderen beneden het twaalfde levensjaar;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van overleden kinderen beneden het twaalfde levensjaar;
particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
- het doen verstrooien van as;
urn: een voorwerp ter berging van een of meerdere asbussen;
algemene urnenruimte: een ruimte (horizontaal of verticaal) bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
particulier keldergraf: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
algemene verstrooiingsplaats: een plaats waarop as van een overledene kan worden verstrooid;
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, urnengraf, particuliere gedenkplaats of algemene verstrooiingsplaats.