Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening waterverblijfsbelasting 2020

De belasting wordt geheven ter zake van het verblijf: 1 . Door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. 2 . Waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van verblijfsbelasting. 3 . Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel