Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
**a.** het aantal personen dat gedurende het seizoen verblijf heeft gehouden, bepaald op
- - 3, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4 meter, doch ten hoogste 8 meter;
- - 4, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8 meter, doch ten hoogste 12 meter;
- - 5, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter;
**b.** het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 24