**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
**2..** De bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor eenpersoonshuishoudens of meerpersoonshuishoudens , tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid van de Wmo of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
een eenpersoonshuishouden die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm;
een eenpersoonshuishouden die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm;
een meerpersoonshuishouden die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrage plichtig inkomen heeft van minder dan 120% van de landelijk geldende bijstandsnorm.
Inwoners met een Wmo indicatie die gebruik maken van een scootmobielpool en/of rolstoel
een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer ter hoogte van een eenmalige bijdrage van € 7,50 voor de vervoerspas. De cliënt is het opstaptarief en het gecontracteerde Wmo-tarief verschuldigd tot een reisafstand van 25 kilometer tenzij er sprake is van een puntbestemming waarvoor altijd het gecontracteerde Wmo-tarief geldt. Jaarlijks stelt het college de tarieven van het aanvullend vervoer voor cliënten met een Wmo-pas vast. Het gaat om de hoogte van het gereduceerde tarief, het opstaptarief en de eenmalige paskosten. Het openbaar vervoer (OV) tarief wordt gevolgd.
**4..** In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de Wmo (opvang a.g.v. huiselijk geweld) worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb door de opvangorganisatie (zie artikel 10 lid 2 sub b) vastgesteld en geïnd.
**5..** De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14.