Bij een lopende uitkering is het college verplicht de invordering van een (recidive)boete te verrekenen met de lopende uitkering op grond van artikel 60, vierde lid van de Participatiewet en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ.
Indien een belanghebbende geen uitkering meer ontvangt, vindt invordering plaats via een aflossingsregeling.
Indien een belanghebbende gezinsbijstand ontvangt, zijn de gezinsleden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de boete.
Indien sprake is van een verzwegen partner, is de verzwegen partner niet aansprakelijk voor de betaling van de boete.
Hoofdstuk 1
Artikel 11
Invordering boete
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete gemeente Hellendoorn 2020