Naar hoofdinhoud

Artikel 1:2

Artikel 1:2:2

(1.2.1) wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:

Onderdeel van Wijziging in de gemeentelijke Rechtspositieregeling

Artikel 1:2:2 [1:2:1] A. Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan zijn de volgende artikelen en hoofdstukken niet van toepassing: artikel 2:1A en 2:1B; hoofdstuk 3, met uitzondering van de volgende artikelen: artikel 3:2 (salaris, vergoedingen, salaristoelagen en uitkeringen); artikel 3:3 lid 1 (vaststelling salaris); artikel 3:23 (overlijdensuitkering); artikel 3:24 (uitkering bij overlijden als gevolg van een ongeval in en door de dienst); artikel 3:27 lid 1 en lid 2 (IKB). hoofdstuk 3A (inschaling, functioneren en beoordelen); hoofdstuk 4 paragraaf 2, 3 en 4 (arbeidsduur, bijzondere regeling, gespaard verloftegoed); hoofdstuk 4a (uitwisselen arbeidsvoorwaarden); hoofdstuk 5, 5a (vervallen); artikel 6:5 (betaald ouderschapsverlof); hoofdstuk 6a (gemeentelijke levensloopregeling); hoofdstuk 8 (ontslag) hoofdstuk 9a, 9b, 9d, 9e, 9f (FLO) hoofdstuk 10d (voorzieningen bij werkloosheid); hoofdstuk 10e (paritaire commissie van advies toezicht individuele van werk naar werktrajecten; hoofdstuk 13 (suppletie); hoofdstuk 17 (opleiding en ontwikkeling); hoofdstuk 18 met uitzondering van paragraaf 4 (vervoersfaciliteiten voor dienst en studiereizen); hoofdstuk 22 (regels bij organisatieveranderingen); hoofdstuk 24 (functiebeschrijving- en waardering); hoofdstuk 27 (behandeling bezwaarschriften door de commissie van advies). B. De oproepkracht heeft recht op: “Het salaris van de oproepkracht wordt maandelijks opgehoogd met het IKB-percentage zoals opgenomen in artikel 3:28 en maandelijks uitbetaald. Het salaris wordt tevens opgehoogd met 9,5% ter compensatie van niet genoten vakantieverlof als bedoeld in artikel 6:2 en maandelijks uitbetaald.” A. Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijnde volgende artikelen en hoofdstukken niet van toepassing: artikel 2:1A en 2:1B en 2:4; hoofdstuk 3, met uitzondering van de volgende artikelen: artikel 3:2 (salaris, vergoedingen, salaristoelagen en uitkeringen); artikel 3:3 lid 1 (vaststelling salaris); artikel 3:23 (overlijdensuitkering); artikel 3:24 (uitkering bij overlijden als gevolg van een ongeval in en door de dienst); artikel 3:27 lid 1 en lid 2 (IKB). hoofdstuk 3 A (inschaling, functioneren en beoordelen); hoofdstuk 4 paragraaf 2, 3 en 4 (arbeidsduur, bijzondere regeling, gespaard verloftegoed); hoofdstuk 4a (uitwisselen arbeidsvoorwaarden); hoofdstuk 5, 5a (vervallen); artikel 6:5 (betaald ouderschapsverlof); hoofdstuk 6a (gemeentelijke levensloopregeling); hoofdstuk 8 (ontslag); hoofdstuk 9a, 9b, 9d, 9e, 9f (FLO); hoofdstuk 10d (voorzieningen bij werkloosheid); hoofdstuk 10e (paritaire commissie van advies toezicht individuele van werk naar werktrajecten); hoofdstuk 13 (suppletie); hoofdstuk 17 (opleiding en ontwikkeling); hoofdstuk 18 met uitzondering van paragraaf 4 (vervoersfaciliteiten voor dienst- en studiereizen); hoofdstuk 22 (regels bij organisatieveranderingen); hoofdstuk 24 (functiebeschrijving- en waardering). B. De ambtenaar heeft recht op: “Het salaris van de oproepkracht wordt maandelijks opgehoogd met het IKB-percentage zoals opgenomen in artikel 3:28 en maandelijks uitbetaald. Het salaris wordt tevens opgehoogd met 9,5% ter compensatie van niet genoten vakantieverlof als bedoeld in artikel 6:2 en maandelijks uitbetaald.” A Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de volgende artikelen en hoofdstukken niet van toepassing: artikel 2:1A en 2:1B en 2:4; hoofdstuk 3, met uitzondering van de volgende artikelen: artikel 3:2 (salaris, vergoedingen, salaristoelagen en uitkeringen); artikel 3:3 lid 1 (vaststelling salaris); artikel 3:23 (overlijdensuitkering); artikel 3:24 (uitkering bij overlijden als gevolg van een ongeval in en door de dienst); artikel 3:27 lid 1 en lid 2 (IKB); hoofdstuk 3 A (inschaling, functioneren en beoordeling); hoofdstuk 4 paragraaf 2, 3 en 4 (arbeidsduur, bijzondere regeling, gespaard verloftegoed); hoofdstuk 4a (uitwisselen arbeidsvoorwaarden); hoofdstuk 5, 5a (vervallen); artikel 6:5 (betaald ouderschapsverlof); hoofdstuk 6a (gemeentelijke levensloopregeling); hoofdstuk 8 (ontslag); hoofdstuk 9a, 9b, 9d, 9e, 9f (FLO); hoofdstuk 10d (voorzieningen bij werkloosheid); hoofdstuk 10e (paritaire commissie van advies toezicht individuele van werk naar werktrajecten); hoofdstuk 13 (suppletie); hoofdstuk 17 (opleiding en ontwikkeling); hoofdstuk 18 met uitzondering van paragraaf 4 (vervoersfaciliteiten voor dienst- en studiereizen); hoofdstuk 22 (regels bij organisatieveranderingen); hoofdstuk 24 (functiebeschrijving- en waardering). B De ambtenaar heeft recht op: “Het salaris van de oproepkracht wordt maandelijks opgehoogd met het IKB-percentage zoals opgenomen in artikel 3:28 en maandelijks uitbetaald. Het salaris wordt tevens opgehoogd met 9,5% ter compensatie van niet genoten vakantieverlof als bedoeld in artikel 6:2 en maandelijks uitbetaald.” A Op een ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, zijnde volgende artikelen en hoofdstukken niet van toepassing: artikel 2:1A, 2:1B en 2:4; hoofdstuk 3 met uitzondering van de volgende artikelen: artikel 3:2 (salaris, vergoedingen, salaristoelagen en uitkeringen); artikel 3:3 lid 1 (vaststelling salaris); artikel 3:23 (overlijdensuitkering); artikel 3:24 (uitkering bij overlijden als gevolg van een ongeval in en door de dienst); artikel 3:27 lid 1 en lid 2 (IKB); hoofdstuk 3A (inschaling, functioneren en beoordelen); hoofdstuk 4 paragraaf 2, 3 en 4 (arbeidsduur, bijzondere regeling, gespaard verloftegoed); hoofdstuk 4a (uitwisselen arbeidsvoorwaarden); hoofdstuk 5, 5a (vervallen); artikel 6:5 (betaald ouderschapsverlof); hoofdstuk 6a (gemeentelijke levensloopregeling); hoofdstuk 8 (ontslag); hoofdstuk 9a, 9b, 9e, 9f (FLO); hoofdstuk 10d (voorzieningen bij werkloosheid); hoofdstuk 10e paritaire commissie van advies toezicht individuele van werk naar werktrajecten); hoofdstuk 13 (suppletie); hoofdstuk 17 (opleiding en ontwikkeling); hoofdstuk 18 met uitzondering van paragraaf 4 (vervoersfaciliteiten voor dienst- en studiereizen); hoofdstuk 22 (regels bij organisatieveranderingen); hoofdstuk 24 (functiebeschrijving- en waardering). 4.B. De ambtenaar heeft recht op: “Het salaris van de oproepkracht wordt maandelijks opgehoogd met het IKB-percentage zoals opgenomen in artikel 3:28 en maandelijks uitbetaald. Het salaris wordt tevens opgehoogd met 9,5% ter compensatie van niet genoten vakantieverlof als bedoeld in artikel 6:2 en maandelijks uitbetaald.” C. Er wordt een lokaal artikel 3:18:1, over de vaste onkostenvergoeding voor AMT en SMT leden, aan het hoofdstuk 3 van de Rechtspositieregeling toegevoegd en komt als volgt te luiden: Op dit moment ontvangt de ambtelijke medewerker die is aangesteld als afdelingshoofd of sector directeur maandelijks een vaste onkostenvergoeding van respectievelijk € 50,- en € 77,- Deze onkostenvergoeding dient voor verschillende bestedingsdoelen, onder andere voor attenties van personeelsleden, bijvoorbeeld bloemen en/of cadeau bij de start van de werkzaamheden, een jubileum, ziekte enz. Of een flesje wijn voor een relatie. Er is geen limitatieve opsomming. Duidelijk is wel dat het gaat om attenties aan medewerkers en zakelijke relaties. Er is destijds om praktische redenen gekozen voor een vaste onkostenvergoeding. Hierdoor worden losse declaraties voor kleine bedragen voorkomen. Een vaste vergoeding is efficiënter. De vergoeding is al sinds vele jaren gelijk en nooit geïndexeerd. Voorgesteld wordt de hoogte van de onkostenvergoeding vanaf 1 januari 2019 te koppelen aan de vergoeding die wethouders ontvangen op grond van het besluit (Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers). Hierdoor volgt de vergoeding de inflatie. De vergoeding zou, rekening houdend met de huidige bedragen dan neerkomen op: AMT leden 25% van de wethoudervergoeding € 90,50 SMT leden 15% van de wethoudervergoeding € 54,30 De hoogte van de onkostenvergoeding is niet geregeld in een CAR-UWO artikel. In verband hiermee wordt voorgesteld om een lokale artikel hierover in het hoofdstuk 3 van de Rechtspositieregeling gemeente ’s-Hertogenbosch op te nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel