** 1. .** Het maximumbedrag voor legesvermindering krachtens artikel 3, derde lid, artikel 4, derde lid, artikel 5, derde lid en artikel 6, tweede lid, bedraagt voor projecten voor de bouw van woningen:
a.
met maximaal 20 woningen
maximaal € 25.000;
b.
met 21 tot en met 40 woningen
maximaal € 50.000;
c.
van 41 tot en met 80 woningen
maximaal € 100.000;
d
met meer dan 80 woningen
maximaal € 200.000.
** 2. .** Het maximumbedrag voor legesvermindering krachtens artikel 3, derde lid, artikel 4 derde lid, artikel 5, derde lid en artikel 6, tweede lid, bedraagt voor projecten voor de bouw van niet-woningen:
a.
van maximaal 1.000 m² bvo
maximaal € 25.000;
b.
tussen 1.000 en 2.000 m² bvo
maximaal € 50.000;
c.
tussen 2.000 en 4.000 m² bvo
maximaal € 100.000;
d.
meer dan 4.000 m² bvo
maximaal € 200.000.
** 3. .** Onder niet-woningen worden onder andere kantoren en bedrijfsfuncties verstaan. Ook voor wooneenheden voor kamergewijze verhuur (onzelfstandige woonfuncties) wordt de berekening voor niet-woningen toegepast.