In deze verordening wordt verstaan onder:
perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;
afkoppelen: het ongedaan maken van een situatie waarin hemelwater dat op verhard oppervlak valt, wordt afgevoerd naar een riolering;
verhard oppervlak: de bedekking van het aardoppervlak met niet water doorlaatbare materialen (zoals asfalt, metaal, glas, steen en plastic) zoals daken, wegen, trottoirs;
aangesloten verhard oppervlak: het gedeelte van het verhard oppervlak dat afwatert op de riolering, in horizontale meting, loodrecht gemeten als gevolg waarvan neerslag tot afvoer komt via de riolering.
volle eenheid: het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal eenheden van 250 m³ waterverbruik. Een gedeelte van een eenheid wordt als volle eenheid gerekend. Het aantal eenheden wordt berekend aan de hand van het aantal kubieke water dat in de voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd.