Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking, invordering en controle

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2020 gemeente Utrecht

1. Zoals artikel 8.1.2 van de wet aangeeft moet de jeugdige of zijn ouders zelf of op verzoek melding maken van alle feiten/omstandigheden die een verandering kunnen betekenen voor de beslissing over de toegekende voorziening. 2. Het college kan een beslissing over een pgb herzien of intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger niet meer op de individuele voorziening zijn aangewezen; c. de individuele voorziening niet meer voldoet; d. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb; e. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; f. de jeugdige of zijn ouders/vertegenwoordiger een wijziging ten aanzien van de ingekochte voorziening, waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat deze van invloed is op de toegekende voorziening, niet vooraf met het college heeft afgestemd. 3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en er sprake is van verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terug vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening. 4. Het college kan een pgb intrekken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor de voorziening waarvoor het pgb verleend is. 5. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie en accountantscontrole, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht en de geleverde prestaties. 6. Het college wijst de toezichthouders aan die toezicht houden op de naleving van rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet en de besteding van het pgb, dit kan ook steekproefsgewijs. Het college kan beleidsregels stellen met betrekking tot de wijze waarop deze onderzoeken vorm worden gegeven. 7. Het college kan de Sociale verzekeringsbank verzoeken tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. Dit kan alleen gemotiveerd als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de wet of een wijziging die duidelijk van invloed is op de toegekende voorziening (zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid onder f).

Rechtspraak bij dit artikel