Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Druten 2020

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; of in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4.. Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels vaststellen voor categorieën voorwerpen, met inachtneming van de belangen zoals bedoeld in het tweede lid en artikel 1:8. 5.. Het verbod is niet van toepassing op voorwerpen die voldoen aan de nadere regels als bedoeld in het derde lid. 6.. Het verbod is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Gelderland. 7.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 9.. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 10.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel