Naar hoofdinhoud
1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: een woonvoorziening voor een minderjarige cliënt; de financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van deze verordening; en collectief vervoer in de vorm van een regiotaxipas als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder j, van de verordening. 3.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding, of na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 4.. De kostprijs van pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 5.. Het college regelt door welke instantie de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb voor opvang wordt vastgesteld en geïnd. 6.. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal aan bijdragen, is gelijk aan de kostprijs tot aan ten hoogste de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bijdrage per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel