De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de directeuren, met uitzondering van:
de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend;
de in bijlage 3 opgenomen bevoegdheden.
De directeuren maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van bevoegdheden die behoren tot hun werkterrein.
De directeuren zijn bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hen ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat.