Onverminderd het bepaalde in de Verordening, waaronder onder andere gebruikelijke hulp (zie hiervoor bijlage I), komt een cliënt in aanmerking voor de regie van de huishouding indien:
hij/zij niet in staat is om regie te voeren, de hulp opdrachten te geven
er geen huisgenoot, begeleider, mantelzorger of persoon uit het sociale netwerk is, die deze regiefunctie kan overnemen.
PGB als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Verordening is mogelijk indien belanghebbende kan aantonen dat beschikbare hulp in staat is de regie namens belanghebbende te voeren.
Eisen aan hulp in de vorm van een PGB:
Een goede beheersing van de Nederlandse taal in woord en, indien relevant, in geschrift;
Zelfstandig kunnen werken;
Kennis en vaardigheden met betrekking tot schoonmaken en hygiëne;
Representatieve uitstraling, verzorgd uiterlijk en gepaste kleding;
Goede sociale en communicatieve vaardigheden;
Respect voor geloofsovertuiging en /m of leefwijze van de cliënt;
Discreet omgaan met vertrouwelijke informatie;
Integer;
Capabel om te signaleren;
Het (samen) met de cliënt kunnen organiseren van het huishouden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.2