Het nieuwe grondbeleid zet de essentie van het huidige grondbeleid voort. Maatwerk is nodig omdat niet elke locatie hetzelfde is. Elke gebiedsontwikkeling kent zijn eigen kansen en risico’s. Per ontwikkeling zal daarom worden gekeken welke strategie het meest effectief is. De gemeente stelt zich niet per definitie passief of actief op. Daarmee ontstaat er noodgedwongen flexibiliteit bij zowel de gemeente als de projectontwikkelaar. Maatwerk kenmerkt zich door een wisselwerking van actief en passief handelen door de gemeente, of een combinatie daarvan. Afhankelijk van welke ontwikkeling/inzet van grond/te dienen doel sprake is, zal de gemeente zich actief of passief in de kwestie mengen. De omstandigheden van het geval bepalen dan ook of actief of passief handelen gewenst is. Het principe van ‘maatwerk’ met de wisselwerking van actief en passief grondbeleid, naar gelang de situatie daarom vraagt.
Concreet houdt maatwerk in dat de woningbouwtaakstelling in beginsel wordt ingevuld op inbreidingslocaties (inclusief vrijkomend maatschappelijk vastgoed). De gemeente conformeert zich daarbij aan de Brabantse agenda wonen en de ruimtelijke opgave die hier uit voortvloeit. Dit is ook in het bestuursprogramma opgenomen. De gemeente zal daar dan ook indien mogelijk eigen gronden voor inzetten. Het mogelijk maken van woningbouw op eigen gronden laat zich dan ook typeren als actief grondbeleid. Is er geen of niet genoeg eigen grond voorhanden dan zal worden gekeken of de woningbouw op inbreidingslocaties op grond van derden kan worden gerealiseerd. De gemeente treedt in dat geval passief en dus faciliterend op. Kan de gewenste ontwikkeling dan nog steeds niet op een inbreidingslocatie plaatsvinden, dan zal de gemeente gronden verwerven om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken. De gemeente treedt dan actief op. De ontwikkeling op inbreidingslocaties zijn met name kwalitatief van aard. Deze ontwikkelgebieden worden vooral ingezet voor de bouw van CPO senioren woningen of gestapelde bouw etc.
Kan de taakstelling niet op inbreidingslocaties worden ingevuld dan wordt gekeken naar uitbreidingslocaties waar de gemeente zelf grondpositie heeft. Ook in dat geval voert de gemeente actief grondbeleid om de ontwikkeling mogelijk te maken. Is er geen of niet genoeg eigen grond dan zal worden uitgeweken naar gronden van derden. Opnieuw zal de gemeente in dat geval passief optreden. Kan ook dan niet aan de woningbouwtaakstelling worden voldaan dan zal de gemeente een actief grondbeleid voeren en zelf een uitbreidingslocatie verwerven. Het ontwikkelen van uitbreidingslocaties leent zich goed voor kwantitatieve woningbouw zoals de bouw van rij- en hoekwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen.
Bij de wisselwerking van actief en passief grondbeleid en bij de overgang van inbreidings- naar uitbreidingslocaties worden steeds de gemeentelijke uitgangspunten en kaders (zoals bijvoorbeeld de woningbouwbehoefte, financiële kaders, doelgroepen) afgewogen en wordt waar nodig bestuurlijke afstemming gezocht.
Wanneer er sprake is van een gemengd eigendom op een ontwikkellocatie, dan wordt er gestreefd naar 1 eigenaar. Afhankelijk van onder andere het type ontwikkeling, risico profiel, ambities van de gemeente, rendement, wel of geen marktinitiatief zal een keuze worden gemaakt uit:
- De gemeente koopt de grond van de overige eigena(a)r(en).
- De gemeente verkoopt haar grond aan de overige eigena(a)r(en).