Op 1 juli 2012 is de Wet Markt en Overheid (Wet M en O) in werking getreden. Doelstelling van de Wet M en O is zo gelijk mogelijk concurrentieverhoudingen te creëren tussen overheden en particulieren ondernemingen, rekening houdend met de publieke taak van de overheid. Bij het verrichten van economische/commerciële activiteiten kunnen overheden namelijk oneigenlijk gebruik maken van publieke middelen en dat leidt tot concurrentievervalsing met bedrijven. Sinds jaar en dag zijn overheden die commerciële activiteiten ontplooien, waarbij sprake is van een grensoverschrijdend effect, gehouden aan de Europese mededingingsregels. Ontbreekt een grensoverschrijdend effect, dan zijn nu op grond van de Wet M en O nationale gedragsregels van toepassing. Hoewel aangeduid als aparte wet, is de Wet M en O opgenomen in de Mededingingswet.
Voor bestuursorganen die zelf economische activiteiten verrichten geldt de verplichting om de integrale kosten daarvan door te berekenen. Voor zover de activiteiten verricht worden door een overheidsbedrijf, bestaat een verbod voor overheden om dat overheidsbedrijf te bevoordelen. De andere gedragsregels hebben betrekking op het hergebruik van gegevens en het garanderen van een functiescheiding. De wet voorziet in verschillende uitzonderingssituaties, waarin de gedragsregels geen toepassing vinden. Voorbeelden van uitgezonderde activiteiten zijn bijvoorbeeld typische overheidstaken als het handhaven van de openbare orde, het verlenen van omgevingsvergunningen, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en het opstellen van een bestemmingsplan. Voor nieuwe economische activiteiten geldt de Wet Markt en Overheid onmiddellijk.