Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.3

Staatssteun

Onderdeel van NOTA GRONDBELEID GEMEENTE BERNHEZE 2019-2025

Regels over staatssteun vloeien voort uit het Europees recht, meer specifiek uit de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Onverenigbaar met de interne markt worden verklaard: steunmaatregelen van de staten of in welke vorm dan ook door de staatsmiddelen bekostigd die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. Het begrip staatssteun moet breed worden opgevat. Financiële transacties van gemeenten met ondernemingen kunnen al gauw staatssteunelementen bevatten. Van staatssteun is niet alleen sprake bij het verstrekken van directe overheidssubsidies aan ondernemingen, maar ook in geval van: • verstrekte garanties of middelen tegen niet-marktconforme voorwaarden; • verlichting van financiële lasten voor specifieke bedrijven; • door decentrale overheden uitgevoerde werkzaamheden zoals het bouwen van infrastructurele voorzieningen, waarvan het directe openbare belang discutabel is en die een voordeel opleveren voor bepaalde bedrijven. Bovendien kan als staatssteun worden aangemerkt de verkoop van grond of gebouwen onder de marktwaarde, alsmede het verstrekken van financiële bijdragen aan ontwikkelaars en/of het afzien van financiële bijdragen (of te wel afzien van het verplichte kostenverhaal). Tot slot wordt opgemerkt dat ook financiering van een onrendabele top kan worden aangemerkt als staatssteun. Verstrekken van financiële bijdragen aan ontwikkelaars als sprake is van een tekortlocatie is wel mogelijk als aan bepaalde staatssteuncriteria wordt voldaan. De vorm, de reden en het doel van de toegekende steun zijn niet van primair belang; de uitwerking daarvan op de concurrentie is vaak bepalend. Voor staatssteun geldt een meldingsplicht: van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen moet de Europese Commissie tijdig op de hoogte worden gebracht. In grote lijnen kan het volgende stappenplan worden gevolgd om te beoordelen of er sprake is van staatssteun die aangemeld moet worden: 1. Beoordeel of er inderdaad sprake is van staatssteun (criteria van artikel 107, lid 1 VWEU). 2. Zo ja: kijk of er een beroep kan worden gedaan op een vrijstelling. 3. Zo nee: meld de steunmaatregel aan bij de Europese Commissie, nadat deze zodanig is vormgegeven dat de kans op goedkeuring optimaal is. Om staatssteun bij gebiedsontwikkeling te voorkomen is het cruciaal dat grondtransacties geschieden onder aantoonbaar marktconforme voorwaarden. Uiteraard geldt dit ook voor de waardering van gronden en/of opstallen die worden ingebracht in een joint venture of een ander samenwerkingsmodel. Ook de vergoedingen voor werkzaamheden moeten marktconform zijn. De marktconformiteit kan worden aangetoond door middel van een openbare biedprocedure of door een voorafgaande onafhankelijke taxatie. Als de marktconformiteit niet kan worden aangetoond, is er sprake van een vermoeden van staatssteun en moet de transactie worden gemeld bij de Europese Commissie. Er is geen sprake van ongeoorloofde staatssteun als de steun op grond van een vrijstellingsregeling mogelijk is of indien de drempelwaarde niet wordt overschreden (de minimis-drempel 2011 is vastgesteld op € 200.000,- per onderneming verdeeld over 3 belastingjaren). In het algemeen kan worden gesteld dat voor zowel staatssteun als aanbesteding dezelfde basisnormen gelden, te weten: transparantie, non-discriminatie en gelijke behandeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel