Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Definities

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2020

De verordening bevat veel begrippen. Die leggen we hier uit in alfabetische volgorde. Een aantal begrippen staan al in de wet. Die herhalen we hier niet. 1. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen; 2. Arbeidsmatige activering: ondersteuning in groepsverband, in een omgeving met arbeidsmatige kenmerken, ter vervanging van reguliere arbeid. Gericht op het bereiken van enige vorm van zelfstandige (arbeidsmatige) participatie. 3. Beleidsplan Wmo: het beleidsplan van de gemeente Utrecht in het kader van de Wmo. 4. Buurtteam: een team van medewerkers dat advies en ondersteuning biedt op het gebied van de Wmo, dat meldingen en aanvragen in ontvangst neemt, en hulpvragen dan wel aanvragen kan behandelen. 5. Centrumgemeente: een gemeente die een bepaalde functie uitvoert voor andere gemeenten. Gemeente Utrecht heeft als centrumgemeente een regierol, verantwoordelijkheid en de daarbij horende financiële middelen ten aanzien van de uitvoering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. 6. Cliëntenraad Wmo: de Cliëntenraad Wmo adviseert de gemeente bij het maken van beleid over Wmo-voorzieningen en de uitvoering daarvan. De leden brengen vanuit de praktijk ervaringen in die belangrijk zijn bij het maken van beleid. 7. Collectief (openbaar) vervoer: vraagafhankelijk vervoer gericht op de lokale vervoersbehoefte en bestemd voor personen die door hun beperking geen gebruik kunnen maken van het regulier openbaar vervoer. 8. Dienstverlening: ondersteuning die een persoon, instantie of onderneming biedt aan een inwoner, anders dan in de vorm van vervoer, woonvoorzieningen of hulpmiddelen. 9. Eigen bijdrage: bijdrage zoals beschreven in artikel 2.1.4 eerste lid van de wet. 10. Maatschappelijk Netwerk Utrecht: samenwerkingsverband van adviescommissies, cliëntraden en belangenorganisaties met als doel het gezamenlijk verbeteren van advisering, belangenbehartiging en het versterken en waarborgen van participatie van inwoners en cliënten. 11. Medewerker: gemandateerd persoon die namens het college een melding of aanvraag behandelt. Medewerker is dan ook te lezen als college. 12. Melding: de mededeling aan het college, zoals beschreven in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet. 13. Ondersteuningsplan: het document met de uitkomst van het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet. Indien van toepassing aangevuld met adviezen, verwijzingen en afspraken die met de cliënt zijn gemaakt. 14. Periode voor de eigen bijdrage: vastgestelde periode die het CAK gebruikt voor de vaststelling van de door de cliënt te betalen bijdrage. 15. Thuisbegeleiding: Structurele individuele ondersteuning aan zelfstandig wonende zorgmijdende inwoners. Gericht op het bieden van structuur waardoor de persoon zelf een huishouden kan voeren. Ter voorkomen van vervuiling, overlast en gedragsproblemen. 16. Vakantie: aaneengesloten dagen waarop de cliënt buiten de gemeente Utrecht verblijft, maar nog wel aangemerkt kan worden als inwoner van de gemeente Utrecht. De maximale aaneengesloten vakantieduur gedurende welke een inwoner ondersteuning kan blijven ontvangen is 6 weken. Binnen een kalenderjaar worden de verschillende vakantieperiodes bij elkaar opgeteld en deze kunnen samen nooit meer zijn dan 13 weken per kalenderjaar. Ook als de vakantie opgenomen wordt over twee aansluitende kalenderjaren kan niet meer dan 6 weken aaneengesloten opgenomen worden 17. Vergoeding: budget dat al dan niet als pgb wordt verstrekt op grond van de wet. 18. Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee een adequaat resultaat bereikt kan worden en die voorgaat op de wet. 19. Vrijwillige inzet: de inzet die mensen onverplicht en onbetaald (buiten een eventuele vrijwilligersonkostenvergoeding) aan de samenleving leveren, al dan niet in georganiseerd verband. 20. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 21. Wettelijk vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die iemand anders vertegenwoordigt bij belangrijke beslissingen. Bij minderjarigen zijn de ouders met het ouderlijk gezag de wettelijke vertegenwoordigers. Als de ouders ontheven zijn van ouderlijk gezag en er sprake is van voogdij, is de voogd de wettelijke vertegenwoordiger. Bij volwassenen kan de rechter een mentor, bewindvoerder of curator benoemen tot wettelijk vertegenwoordiger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel