Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.2

Redenen om een maatwerkvoorziening te weigeren

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2020

Een medewerker kan een maatwerkvoorziening weigeren, als: a. deze, gezien de beperkingen van de inwoner, voor zichzelf of anderen onveilig is, niet passend en/of gezondheidsrisico’s met zich meebrengt; b. sprake is van een verzoek tot vervanging van een eerder geboden voorziening terwijl deze nog voldoende ondersteuning biedt bij de belemmeringen van de inwoner en de voorziening nog niet technisch is afgeschreven; c. de melding is gedaan op een moment dat de objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning niet kan plaatsvinden; d. de inwoner niet of onvoldoende wil meewerken aan het opstellen en nakomen van het ondersteuningsplan dat noodzakelijk is voor het bereiken van de resultaten; e. de cliënt niet of onvoldoende wil meewerken aan behandelingen die in redelijkheid gevraagd kunnen worden, en hierdoor onnodig een beroep of een te zwaar beroep op de Wmo gedaan wordt. f. de noodzaak tot het opnieuw verstrekken van een voorziening aan de inwoner te verwijten is; g. de voorziening niet leidt tot extra kosten voor de betreffende inwoner, vergeleken met een vergelijkbare persoon zonder beperkingen. h. Er geen geschikte voorziening verkrijgbaar is, waardoor de gemeente niet in staat is deze te verstrekken.

Rechtspraak bij dit artikel