**1..** De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Penning
Bij de aangifte van de hond wordt, met uitzondering van kennels, door de gemeente een hondenpenning/ kenteken in bruikleen verstrekt. Ingeval van beëindiging van het houden van de hond dient deze hondenpenning bij de gemeente te worden ingeleverd. De belastingplichtige is verplicht ervoor te zorgen dat het door de gemeente verstrekte kenteken door de hond, wanneer deze zich op de openbare weg bevindt, duidelijk zichtbaar en aan de hals wordt gedragen. Het is verboden het kenteken aan anderen te geven of in gebruik te geven, of het te doen dragen door een hond ter zake waarvan de hondenbelasting niet is betaald.
Artikel 10 Termijnen van betaling
**1..** In afwijking van artikel 9, het eerste lid, van de invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald:
**a..** Bij niet-automatische incasso in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later;
**b..** Bij automatische incasso in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt;
**2..** In afwijking van het eerste lid, onder b, geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.
**3..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING STEIN 2020