**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990, moeten de aanslagen, die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald uiterlijk 3 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
**2..** In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt, in het geval totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder is dan € 5.000,00 en zolang een machtiging tot automatische incasso werd afgegeven, moeten de aanslagen worden betaald, respectievelijk worden de aanslagen geïncasseerd in maximaal 8 gelijke termijnen, waarbij de eerste maand vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elke volgende termijn één maand later.
**3..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 7.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2020