Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:5

Intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Monumentenverordening Den Haag 2019

Het college kan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3:2, eerste lid, intrekken: als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid; als blijkt dat de vergunninghouder de nadere regels als bedoeld in artikel 3:2, derde lid, niet naleeft; indien gedurende zesentwintig weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel