Deze verordening kan worden aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Almelo 2020.
Vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2019,
De griffier, De voorzitter,
drs. C.M. Steenbergen A.J. Gerritsen
Toelichting
Algemeen
De Wet op de lijkbezorging 1991
In het begin van de vorige eeuw werd het begraven van de doden bijna geheel geregeld door de
plaatselijke gemeenschappen. De wet bepaalde alleen dat het verboden was om in gebouwen,
zoals kerken, te begraven. In 1869 kwam de begrafeniswet tot stand, met uitgewerkte
voorschriften waaraan begraafplaatsen moesten voldoen. De wet van 1869 is na de Tweede
Wereldoorlog enkele keren gewijzigd. De wijzigingen hadden vooral betrekking op crematies.
Hoewel reeds jarenlang crematies plaatsvonden, kwam een wettelijke regeling pas in 1955 tot
stand.
Het invlechten van de crematiebepalingen verstoorde de samenhang en de overzichtelijkheid van
de wet. Sommige bepalingen waren bovendien verouderd. Daarom werd besloten een geheel
nieuwe wet tot stand te brengen. Deze nieuwe wet, de Wet op de lijkbezorging, is na een lange
voorbereidingsperiode, op 1 juli 1991 in werking getreden.
De wet bracht geen grote veranderingen met zich mee. De uitgangspunten en het
systeem bleven ongewijzigd. De Wet op de lijkbezorging 1991 heeft in hoofdzaak de bedoeling
de oude wet te moderniseren. De wet biedt nu de mogelijkheid om eigentijdse problemen aan te
pakken. Meer in detail waren er wel vele wijzigingen. In 2000 zijn deze wijzigingen verwerkt in de beheersverordeningen.
Gemeentelijke verantwoordelijkheid en regelgeving
Hieronder volgen eerst een aantal punten van algemene en meer principiële aard. Daarna volgt
een artikelsgewijze toelichting.
De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en alles wat zich
daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor financiële lasten. Dit maakt het nodig
om de rechten en verplichtingen duidelijk vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige
regelgeving te voorkomen en procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan
worden aangewezen voor contacten met de burgers voor bijvoorbeeld het in ontvangst nemen
van diverse aanvragen.
Aan begraafplaatsen worden ook steeds duidelijker andere functies en waarden toegekend dan het louter bieden van een laatste rustplaats. Inpassing in woongebieden alsmede een landschappelijke en parkachtige aanleg zijn hiervan voorbeelden.
Verder wordt meer en meer ingezien dat begraafplaatsen en graven een belangrijk
identificatiepunt zijn, niet alleen voor hen die een rouwproces doormaken, maar voor een ieder die leeft vanuit een persoonlijke herinnering aan een overledene en daarin steun vindt.
Daarnaast zijn er mensen voor wie de waarden van het verleden een levensbron vormen. Zij
bepalen zich, de een meer de ander minder, bij de historische waarden in de samenleving. Deze
waarden zijn op iedere begraafplaats aanwezig, onder andere door de graven van overledenen
waarvan het werk of de naam nog bekend is en door de soms unieke grafbedekkingen uit vroeger tijd. Andere bezoekers vinden op een begraafplaats de rust en stilte waaraan zij behoefte hebben.
Men kan daarom in het kort zeggen dat begraafplaatsen een functie vervullen, ten eerste in het
belang van de geestelijke gezondheid en voorts voor het behoud van culturele waarden. Dit legt
extra verantwoordelijkheden bij de gemeenten.
Begraafplaatsen bieden deze immateriële voorzieningen voor iedereen, dus niet alleen voor de
nabestaanden. Dit collectieve aspect zal meer tot zijn recht komen naarmate de aandacht van de
gemeente zich meer richt op het laten verdwijnen van de afgeschermde ligging en als het beleid
meer wordt afgestemd op een parkachtige aanleg, het behoud van historische graven en het
aanbrengen van kunstvoorwerpen. Deze collectieve voorzieningen zijn nodig om begraafplaatsen
een geïntegreerde plaats in de samenleving te laten innemen. De wat ouderen in onze
samenleving zullen wellicht het meest behoefte hebben om van deze collectieve voorzieningen
gebruik te maken. Het een en ander brengt met zich mee dat het in stand houden van een
begraafplaats een geëigende taak is voor de gemeente.
De waarde die aan begraafplaatsen wordt toegekend maakt het voorts nodig dat er een
inventarisatie wordt samengesteld van de historische en culturele waarden die op de
begraafplaats aanwezig zijn. De verordening voorziet in het opstellen van een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft derhalve uitdrukking aan de waarden van de begraafplaats als zodanig. Zij dient een ander doel dan de monumentenlijst.
Voor de dienstverlening op begraafplaatsen noemt de verordening een uitgebreid
voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven, bestemmingen voor as en gedenkplaatsen voor vermisten of voor overledenen in den vreemde als het lichaam niet naar
Nederland is vervoerd. Hiermee wordt voldaan aan de behoeften die de samenleving in verband
met het bezorgen van de doden vraagt.
Voor een aantal administratieve handelingen is een besluit van Burgemeester en Wethouders
vereist, bijvoorbeeld bij:
- verlenen of overboeken van een zgn. particulier graf;
- het plaatsen van een grafbedekking;
- het in onderhoud nemen van een graf.
Het is voor nabestaanden, voor uitvaartondernemers, hoveniers en steenhouwers
begrijpelijkerwijs gewenst als de overboeking van een grafruimte of de goedkeuring van een
grafbedekking snel kan verlopen. Daarom kunnen de aanvragen om grafuitgiften en vergunningen
voor grafbedekking volgens dit voorstel het best worden ingediend bij de beheerder van de
begraafplaats. Door mandaat van de beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de
verzoeken door hem worden behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van
burgemeester en wethouders.
Enkele onderwerpen van algemene en principiële aard
De positie van hen die kiezen voor een plaats in een algemeen graf wordt verbeterd omdat de
mogelijkheid om bij ruiming van algemene graven de stoffelijke resten beschikbaar te houden voor herbegraving elders uitdrukkelijk wordt genoemd.
Ordemaatregelen
Op de begraafplaatsen moet orde, rust en netheid bestaan. Daarom bevat de verordening
gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruik maken. Dit kunnen bezoekers,
uitvaartondernemers, hoveniers of steenhouwers zijn. Personen die zich niet gedragen volgens de aanwijzingen van de beheerder, kunnen door hem van de begraafplaats worden verwijderd. Tegen overtreding van de ordevoorschriften is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de
strafbedreiging tegen ordeverstoringen optreden en zo nodig proces-verbaal opmaken.
Uitdrukkelijk is vastgesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van een of meer
graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de werkzaamheden zijn belast.
Verplichte verlenging
Het gebeurt vaak dat in particuliere graven begravingen, bijzettingen of asbezorging plaatsvinden betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke
gevallen begraving of bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten omvatten die de alsdan
resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk maakt aan de wettelijke minimum termijn van 10 jaar
grafrust.
Overboeking van een particulier graf
Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van burgemeester en
wethouders. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een
bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk met de vergunning
om standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats
staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het recht om lijken in een bepaald graf te
begraven, in de praktijk aangeduid als particulier graf', op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen.
Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander. De
kring van de nieuwe rechthebbende wordt in beginsel beperkt tot de echtgenoot of levenspartner
dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. De achtergrond van deze beperking is
gelegen in het feit dat de schaarste aan particuliere graven op de begraafplaats kan leiden tot het
'opkopen' van graven door willekeurige derden.
Ervaringen in gemeenten hebben geleerd dat een dergelijke ontwikkeling verre van denkbeeldig is. Het is ongewenst daaraan medewerking te verlenen. Het spreekt daarbij vanzelf dat de
mogelijkheid open blijft dat ook een ander dan een familielid of levenspartner als nieuwe
rechthebbende wordt aangewezen.
Voorschriften grafbedekking
Het aanzien van begraafplaatsen kan chaotisch worden als elke regelgeving ontbreekt. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen. In tegenstelling tot de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is in de verordening van Almelo uitsluitend een vergunning vereist voor het hebben van een gedenkteken en niet voor grafbeplanting.
De uitwerking van de eisen en voorschriften is gedelegeerd aan het college van burgemeester en
wethouders. Zij kunnen nadere regels vaststellen. Delegatie opent ook de mogelijkheid snel op
nieuwe ontwikkelingen en inzichten in te spelen.
Deze verordening beperkt zich tot enige algemene eisen waaraan grafbedekkingen moeten
voldoen, t.w.:
•de grafbedekking mag geen afbreuk doen aan het aanzien van de begraafplaats;
•de duurzaamheid van de materialen moet voldoende zijn;
•de constructie moet deugdelijk zijn;
•de grafbedekking moet voldoen aan de door burgemeester en wethouders gegeven nadere
regels.
Deze nadere regels kunnen eisen bevatten voor het soort materiaal, maximale afmetingen en de
wijze van aanbrengen of de constructie.
Sommige gemeenten verplichten de rechthebbenden op eigen graven om een grafbedekking aan
te brengen. In deze verordening is hiervan afgezien. Als er door de rechthebbende geen
grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er een overledene
begraven ligt. Dit gebeurt.
Verplicht onderhoud
De verordening stelt verplicht dat enkele handelingen van het onderhoud, zoals het onderhoud van blijvende grafbeplanting en de border, en het jaarlijks schoonmaken en stellen van het gedenkteken, van gemeentewege worden verzorgd. Aan een dergelijke verplichting zijn twee belangrijke aspecten verbonden. In de eerste plaats laat het onderhoud van veel graven uit de tijd dat de verplichting nog niet bestond om bepaald onderhoud door de gemeente te laten verrichten, te wensen over. Een verplicht onderhoud door de gemeente komt het aanzien van de begraafplaats ten goede.
Het tweede aspect is van financiële aard. Voor het verplicht onderhoud kan een bedrag in
rekening worden gebracht bij de rechthebbende op het graf. De gemeente kan hiermee deze
kosten van onderhoud verhalen.
De regeling geldt voor graven die vanaf 1952 zijn uitgegeven en uiteraard voor graven die nog
worden uitgegeven. Voor de graven die met ingang van de inwerkingtreding van de nieuwe
regeling worden uitgegeven, geldt dat bij verlenging van de uitgiftetermijn ook de verplichting
geldt het "onderhoudsabonnement" te verlengen.
Toelichting op enkele bepalingen
Artikel 1
De begripsomschrijvingen uit de beheersverordening en de heffingsverordening zijn grotendeels
gelijkluidend. De begripsomschrijvingen gelden ook voor de uitvoeringsbesluiten van
burgemeester en wethouders.
Artikel 2, eerste lid
Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere gedenkplaats en particuliere urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden 'voor zover van belang' zijn ingevoegd omdat de bepalingen betreffende het ruimen en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een particulier graf dan wel particulier urnengraf.
Artikel 3, eerste lid
Werkzaamheden zoals opgravingen en ruimingen zullen zoveel mogelijk worden uitgevoerd op tijdstippen dat de begraafplaats niet voor publiek toegankelijk is, maar soms kan dat
niet. Bij voorbeeld bij grootschalige ruimingen.
Artikel 3, derde lid
Dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van personen die zich op de
begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling voor bezoekers.
Artikel 4
Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden
storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De
toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten moet vlot aan de
steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven. Daarom verdient het aanbeveling dat
burgemeester en wethouders het verlenen van die toestemming onder behoud van hun
verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder (mandaat).
De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn
aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden om tegen
ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het
tweede lid onder b bestaat behoefte omdat men soms dichtbij het graf moet kunnen komen met
een motorrijtuig.
Artikel 5
Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te eisen dat de
mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid
samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na
die van overlijden geschieden.
Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan kunnen het karakter hebben
van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving worden gedaan aan de
burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties en de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 6
De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat
het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.
Artikel 7, eerste lid
Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat voor graf er wordt
gevraagd.
De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op een graf dan wel in een bewaarplaats,
meestal een urnennis.
Artikel 7, tweede lid
Als de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn niettemin de
aanwijzingen en de hulp van het personeel van de begraafplaats nodig, ook om redenen van
veiligheid, in het bijzonder bij het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen
door de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. Het
aanbrengen van de grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen voor het sluiten van het graf zal door het personeel moeten gebeuren.
Artikel 9, eerste lid
De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst om de beheerder van de begraafplaatsen een
eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, als niet aan de
wettelijke vereisten is voldaan.
Artikel 9, tweede lid
De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf, als deze is overleden, in het eigen particuliere graf mag worden bijgezet.
Artikel 9, derde lid
De wettelijke minimum grafrusttermijn is de termijn dat een lijk volgens de wet ten minste
begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.
Artikel 10, eerste lid
De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag behalve zondagen en algemeen
erkende feestdagen, gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd. In deze
verordening is de mogelijkheid om ook op zondagen te begraven en as te bezorgen vastgelegd
omdat er vele gevallen denkbaar zijn waarin de nabestaanden er belang bij hebben om op een
zondag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben.
Artikel 10, tweede lid
Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een
lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om
godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.
Artikel 11
Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt tegemoet gekomen aan de behoeften van de
nabestaanden die de crematie op enige afstand van huis hebben doen plaatsvinden en graag een
identificatiepunt in de omgeving hebben om de overledene dichtbij te kunnen gedenken.
Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het
buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.
Artikel 13
Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk is
voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden gedacht aan praktische problemen bij het maken van het graf en de gesteldheid van de bodem.
Artikel 14 Categorieën
Een indeling in categorieën is nodig als burgemeester en wethouders verschillende regels willen
vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen
(categorieën) van de begraafplaats.
Artikel 15, eerste lid
De laatste zin van dit artikellid is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste
begraving of bijzetting.
Artikel 15, tweede lid
De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende
termijn, verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van
deze periode moeten burgemeester en wethouders de rechthebbende op het graf meedelen dat
de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door aanplakking op de begraafplaats tot aan
het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan
vragen.
Als er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen.
Artikel 15, derde lid
Het derde lid stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting rechthebbende kan zijn als
daarvoor gewichtige redenen bestaan (art. 17, eerste en tweede lid).
Artikel 17, tweede en vierde lid
Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt
aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op
zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd
worden geacht die belang hebben bij het graf.
Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel.
De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om slechts één persoon als rechthebbende te doen
aanwijzen. Deze bepaling stelt de termijn op één jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met de nodige soepelheid zal worden gehanteerd.
Artikel 18
Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende afstand van het graf
kan doen.
Artikel 19
De vergunningseis geldt voor gedenktekens op algemene en particuliere graven. De gedenktekens zullen op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de nadere regels van burgemeester en wethouders. Zij zijn ruim geformuleerd zodat zelden een verzoek om ontheffing zal worden ingediend.
Artikel 20
In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over verwijderde bloemen en
eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en planten eigendom zijn van
de rechthebbende op de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te
omslachtig zijn de rechthebbenden steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde
planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op het
mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee
wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat
gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats.
Artikel 22
Vooral als een tweede begraving moet plaatsvinden in een reeds bestaand graf, is rondom dat
graf ruimte nodig.
Artikel 23
Het onderhoud door de gemeente gebeurt met de bedoeling dat de begraafplaats als geheel een
verzorgd aanzien te geven. In de meeste gevallen is het voldoende als de gedenktekens eenmaal
per jaar worden gereinigd.
Op de graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals bij voorbeeld rozen,
coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten, het snoeien,
het onkruidvrij houden en het verwijderen van onkruid.
Het verdient aanbeveling om het beleid dat burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit
artikel voeren mede te delen bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een
grafbedekking en/ of bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats.
Artikel 26
Er kunnen graven voorkomen die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
bijzondere waarde heeft. De graven kunnen van betekenis zijn, hetzij door de overledene die er
begraven ligt danwel alleen door het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke
gemeenschap van betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het materiaal. Een
voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak subtiel voorzien van symbolen van
de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van
waarde. Andere voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat soms vrij zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om een deskundige te raadplegen.
De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige graven. Daarnaast kan de inhoud van de lijst
een hulpmiddel zijn voor het samenstellen van de monumentenlijst.
Hoofdstuk VIII Slotbepalingen
Artikel 31
Citeertitel
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Almelo 2020