Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten:
Overtollige financiële middelen moeten en mogen uitsluitend bij de Nederlandse Staat worden uitgezet. Hiervoor zijn twee uitzonderingsbepalingen opgenomen:
Gerekend over een kwartaal mag een drempelbedrag (geldend in 2018: 0,75% van het begrotingstotaal) op dagbasis buiten de schatkist van het Rijk gehouden worden;
Het uitlenen van (tijdelijk- of structureel) overtollige middelen tussen decentrale overheden onderling is toegestaan onder voorwaarden van:
De leningen worden verstrekt voor de publieke taak;
Er is tussen de decentrale overheden geen sprake van een toezichthouderrelatie.
Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist;
Het is niet toegestaan gelden aan te trekken met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten;
Uitzettingen worden belegd bij financiële instellingen met ten minste een AA-rating. Deze rating moet zijn afgegeven door één van de volgende erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA.
Bij het verstrekken van leningen en garanties dient iedere schijn van belangenverstrengeling en/ of staatssteun te worden vermeden.